Dankzij zijn onafgebroken inzet voor een zo natuurlijk mogelijke teelt, helpt biolandbouw om de biodiversiteit te beschermen en te verbeteren. Zo zaaien bioboeren bebloemde randen in rond hun akkers. Deze mooie akkerranden trekken allerlei insecten aan die voor bestuiving zorgen en als natuurlijke plaagbestrijders fungeren. Ook bieden de randen beschutting en voedsel voor akkervogels. En dat is goed voor de biodiversiteit!

Biodiversiteit?

Maar biodiversiteit, wat is dat eigenlijk? Biodiversiteit is de natuur in al haar verschijningsvormen – dus het aantal soorten dat op aarde leeft, zowel planten als dieren. Het totale aantal soorten op deze blauwe planeet schommelt rond de 4 miljoen (!). En meer dan een kwart daarvan leeft in de bodem (!).

Die soortenrijkdom staat echter flink onder druk. Het aantal soorten neemt de laatste jaren sterk af onder invloed van milieuverontreiniging, ontbossing, monocultuur, gebruik van chemische gewasbescherming, … Niet alleen nemen de aantallen soms drastisch af – denk maar aan de zwaluwen of de bijen - maar er sterven ook planten- en dierensoorten uit. Concrete cijfers (hou je vast): tussen 1970 en 2000 is het aantal soorten op aarde met 40% afgenomen.

Bio stimuleert biodiversiteit

Een biologische boer werkt principieel zo milieuvriendelijk mogelijk en zet op alle vlakken zo veel mogelijk natuurlijke middelen in. Dat principe op zich trekt al aanzienlijk meer dierlijk leven aan.

Dat biolandbouw een positief effect heeft op de biodiversiteit bleek uit een Brits onderzoek van een paar jaar geleden. Op de universiteit van Oxford vergeleken onderzoekers de biodiversiteit tussen biologische en traditionele landbouwmethoden. Het voornaamste verschil tussen de twee ligt in het al dan niet gebruiken van chemische gewasbestrijdingsmiddelen en kunstmatige bemesting. De conclusie was duidelijk: biologische landbouwgronden bevatten maar liefst 30% meer biodiversiteit dan ‘gewone’ akkers.

Planten hebben het meeste voordeel bij biolandbouw, hoewel ook grote positieve effecten gevonden worden op vogels en micro-organismen. Biolandbouw bleek ook een zeer grote positieve invloed te hebben op het aantal aanwezige bestuivers, zoals bijvoorbeeld de honingbij. De hogere biodiversiteit op en rond het veld was vooral opvallend bij de teelt van graangewassen. En tot slot: hoe meer bioakkers er in het landschap aanwezig waren, hoe belangrijker het effect van de biolandbouw op de biodiversiteit was.

Bloemen als wapen

Een bioboer wil de biodiversiteit op en rond de akkers zo veel mogelijk stimuleren, en dus legt hij bebloemde randen rond zijn akkers aan. Want ja, dat is een prima natuurlijk hulpmiddel tegen plagen.

Zo’n akkerranden waren vroeger een standaard beeld in het landschap maar deze natuurlijke habitats werden de laatste decennia sterk ingeperkt door een meer efficiënt landbouwmodel.

Alleen maar voordelen

Hoe zorgt de boer voor zo’n bonte akkerrand? Vrij simpel: er zijn kant-en-klare zadenmengsels op de markt. Zo’n mengsel kan samengesteld zijn om specifieke insecten aan te trekken om bv. bladluizen of rupsen te bestrijden. Een voorbeeld van zo’n mengsel: bernagie, boekweit, gele ganzenbloem, klaproos, korenbloem, koriander, venkel, voederwikke en zonnebloem.

Het resultaat? Een bontgekleurde strook met wilde bloemen, kruiden en grassen. En dat levert heel wat voordelen op:

  • Een rijk insectenleven helpt de boer in de eerste plaats om zijn teelten in gang te zetten. Drie van de vier fruit- of zaadoogsten wereldwijd hangen in grote mate af van bestuivers.
  • In de tweede plaats kunnen insecten een belangrijke rol spelen om plagen op planten te bestrijden: veel insecten zijn natuurlijke plaagbestrijders. Zo kunnen larven van een aantal soorten zweefvliegen in 2 weken zo’n 600 bladluizen opeten! Volwassen zweefvliegen leven van pollen en nectar en zijn dus frequente bloembezoekers.
  • Hoe dichter de insecten bij de akkers wonen, des te sneller zijn ze bij de geteelde planten om hun werk te doen. Deze ‘natuurlijke vijanden’ vinden in de akkerrand bovendien een fijn microklimaat en ook goeie beschutting tijdens de winter.
  • Veel nuttige insecten zoals sluipwespen, zweefvliegen en gaasvliegen hebben naast prooidieren ook stuifmeel en nectar nodig. Voor hen zijn de bloemen in de rand dus een belangrijke bron van voedsel.
  • Ook andere dieren profiteren van de akkerranden: voor vogels en kleine zoogdieren fungeren ze als habitat, voedselplaats en voortplantingsplaats. Met name akkervogels, die door de efficiënte manier van oogsten amper nog voedsel op de akkers bespeuren, vinden in de randen een plekje waar ze kunnen schuilen en voedsel zoeken.
  • Daarnaast helpen de akkerranden mee om erosie van en naast het veld te bestrijden.
  • Ook werken de randen als dubbele bufferzone: omdat ze minder mest krijgen, houden ze de uitspoeling van nutriënten van het veld naar nabijgelegen sloten tegen, en ze kunnen de sproeinevel (drift) opvangen van chemische gewasbestrijding op akkers in de buurt.
  • Last but not least: bebloemde akkerranden zijn mooi! Dus ook op esthetisch vlak vaart het landschap er wel bij.

Dus als je nog eens gaat wandelen, kijk dan ’s extra uit waar je zo’n mooie kleurrijke akkerrand tegenkomt!

Biodiversiteit in de praktijk

Ook interessant: bioteler Yvan Verhemeldonck legt uit hoe biodiversiteit een rol speelde bij zijn omschakeling van klassieke fruitteelt naar biofruitteelt.