Een gezonde, levende bodem is de sleutel voor de teelt van gezonde gewassen. De biologische landbouw draagt extra zorg voor de bodem want bioplanten groeien altijd in de volle grond. Een rijk bodemleven is daarbij van cruciaal belang. Maar wat zit er allemaal in de bodem?

Gezonde bodems spelen een enorm belangrijke rol in de landbouw. De wereldbevolking zal in 2050 naar verwachting meer dan 9 miljard bedragen. Er is een stijgende vraag naar land en waterbronnen. De impact van klimaatverandering deint alsmaar uit. Het is dus evident en cruciaal dat we onze bodems goed verzorgen. Net omdat biologische teelten altijd in de volle grond staan, waar ze direct contact hebben met het grondwater, draagt de biologische landbouw extra zorg voor die bodem.

Hoe zit dat bodemleven in elkaar?

De bodem bestaat uit verschillende onderdelen die er samen voor zorgen dat planten jaar na jaar kunnen groeien:

  • 24% zuurstof
  • 22% water
  • 43% mineralen - deze vormen de chemische component van de bodem. Idealiter bevat een bodem 60-70% calcium, 10-20% magnesium en 2-5% kalium. Dit noemt men ook wel de 'chemische bodemvruchtbaarheid'. Deze mineralen zitten al van nature in de bodem. Zijn er te kort voor een bepaalde plant, dan kan de boer ze via organische meststoffen toevoegen. Ook vlinderbloemige planten (die meestal peulen produceren) kunnen nitraat aan de bodem toevoegen. Organische mest, zoals stalmest, geeft ook heel wat mineralen door.
  • 11% organisch materiaal.

Het organisch materiaal of de organische stof speelt een belangrijke rol.

  • Organisch materiaal bestaat in hoofdzaak uit humus (85%), dat het resultaat is van natuurlijke compostering. Humus is vrij kruimelig, bruin tot zwart van kleur en kan heel goed water vasthouden.
  • Daarnaast behoren ook de plantenwortels (10%) tot het organisch materiaal.
  • En last but not least het bodemleven (5%). In percentage misschien het kleinste aandeel maar in werking superbelangrijk.

Dankzij dat rijke bodemleven kunnen mineralen en sporenelementen door de planten worden opgenomen. Een vruchtbare bodem zit echt vol leven en kan vele honderden verschillende soorten organismen bevatten. De belangrijkste zijn (aantallen per m³):

  • Bacteriën (70% - ontelbaar veel)
  • Regenwormen (16% - 100-tal soorten)
  • Schimmels (7% - honderden soorten)
  • En ook nog (7%): mijten (20 à 30 soorten) - insecten (luizen, spinnen , springstaarten, … 50 à 100 soorten) - aaltjes of nematoden (microscopisch kleine rondwormen van 1 mm lang - met het blote oog niet zichtbaar) (1 miljoen)
De bodem zit boordevol organismen die allemaal hun taak hebben - (c) VLAM

Als je al deze levende organismes optelt, heb je zo’n 1,5 kg leven per kubieke meter akker! Dit levende leger van minuscule organismen recycleert allerlei nuttige plantaardige voedingsstoffen en verbetert de bodemstructuur. Ook helpt dit bodemleven om ziektes en plagen bij planten te bestrijden of te voorkomen. Tot slot helpen ze om de wortelsystemen van de planten te versterken en te onderhouden.

Hoe zorgt de bodem ervoor dat planten kunnen groeien?

Al dat bodemleven zorgt er samen voor dat de mineralen voor de plant worden vrijgemaakt en opgelost. Hoe gaat dat in zijn werk? Het rijke bodemleven, vooral dan bacteriën en schimmels, breekt organische stof (afgestorven planten- en dierresten, uitwerpselen) af, maakt er humus van en verspreidt de humus door de toplaag. In een gezonde bodem is hierdoor de bovenste laag donkerder van kleur dan de onderliggende lagen - hoe zwarter de kleur, hoe hoger vaak het humusgehalte.

Deze creatie van humus is erg belangrijk want humus houdt water en voedingsstoffen beschikbaar voor de gewassen. Hoe meer organisch materiaal er in de bodem zit, hoe beter die het water kan vasthouden en doorgeven.
(N.B. Humus is geen synoniem voor compost, wat een een door mensen gecontroleerd ontbindingsproces is).

Hoe halen planten voeding uit de bodem?

Dankzij zijn rijke samenstelling geeft de biobodem allerlei essentiële voedingsstoffen door aan de planten die erop groeien. Wist je dat een doorsnee gewas meer dan 40 elementen nodig heeft om te groeien? Dus hoe rijker de bodem, hoe groter de vruchtbaarheid!

De wortels van planten maken een web en gaan zo op zoek naar voedingsstoffen. De wortels vormen uiteindelijk haarworteltjes die in staat zijn om voedsel op te nemen uit de bodem. De plant voedt het bodemleven met suikers en krijgt er mineralen en voedingsstoffen voor terug. Een biogewas haalt zijn voedingsstoffen uit de mineralenvoorraad in de bodem, uit organische bemesting en uit oogstresten en groenbedekkers die in humus worden omgezet.

De wortelsystemen banen zich een weg door de bodem - (c) VLAM - P. De Laet

Hoe houdt een bioboer zijn bodem gezond?

  • Door te werken met compost en/of dierlijke mest.
    Grond met meer organische stof houdt meer voedingsstoffen en water vast, waardoor er minder snel droogteproblemen optreden .
  • Door niet-kerende grondbewerking toe te passen.
    Dit betekent dat de aarde niet wordt omgeploegd (keren) maar eerder licht wordt opgetild. Zo wordt de bodem verlucht, blijft de natuurlijke gelaagdheid van de bodem bewaard en blijven gewasresten aan het oppervlak. Diep ploegen met een breed mes wordt in bio sterk afgeraden, want door telkens de bodem compleet te keren verdwijnt er CO2 uit de bodem en komt die in de atmosfeer terecht. Net het omgekeerde is nodig: meer CO2 in de bodem is beter voor het klimaat en kan ook droogtestress helpen voorkomen. Koolstof in de bodem houdt immers water vast.
    Boer Nico is een grote fan van niet-kerende grondbewerking - hij gaat hier met de triltandcultivator over zijn veld - (c) VLAM - P. De Laet
  • Door ondiep te schoffelen.
    De kunst is om net diep genoeg te schoffelen om het onkruid aan te pakken. Op die manier wordt de bodem ook het minst beschadigd.
  • Door groenbedekkers in te zaaien.
    Groenbedekkers zoals facelia, gele mosterd, Italiaans raaigras, winterrogge of Japanse haver groeien snel en kunnen op korte tijd veel biomassa aanmaken. Na verloop van tijd worden ze dan ondergewerkt: ze worden met de bodem vermengd en verrijken zo die bodem met verse organische stof en dus nutriënten. Groenbedekkers stimuleren zo het bodemleven en helpen om koolstof op te slaan.
    Goeie groenbedekkers zijn o.a. phacelia of Japanse haver - (c) Vlam, P. De Laet
  • Door teelten jaarlijks te roteren.
    Teeltrotatie gaat de verspreiding van ziektes tegen en zorgt er mee voor dat de bodem niet wordt uitgeput (door bij bv. monocultuur telkens dezelfde voedingsstoffen te moeten doorgeven).