Witloof is een oer-Belgische groente. Het is ook een bijzondere groente omdat de plant in het pikkedonker zijn lekkere witte blaadjes krijgt. En natuurlijk wordt witloof ook biologisch geteeld!

Wist je dat de eerste witloofteelt in een Brusselse 19e-eeuwse kelder gebeurde (vandaar ook bekend als ‘Brussels lof’)? Intussen zijn ook de Nederlanders en de Fransen er zo dol op dat ze het zelf zijn gaan telen. En zelfs de Japanners eten intussen met smaak Belgisch witloof.

Witloofteelt neemt twee jaar in beslag, ook in bio. In het eerste jaar worden er op een veld in volle grond de wortels geteeld waaruit later de witloofkropjes zullen komen. De levende, vruchtbare grond geeft voeding en kracht aan de wortels. Omdat de plant in open lucht groeit, komt er een groen blad aan. Onkruid wordt niet met herbiciden bestreden, maar mechanisch of met branders. Uiteindelijk wordt het groen afgesneden en worden de wortels uit de grond gehaald om te bewaren in een koelcel.

In het tweede jaar brengt de boer de wortels opnieuw aan de groei: hij plant de wortels opnieuw in de aarde en overdekt ze zorgvuldig. Dit is de ‘forcerie’. In het pikkedonker groeien de heerlijke witte kropblaadjes van het witloof op de wortels. Witloofkropjes die in de volle grond groeien, heten dan ook grondwitloof.

Uitzonderlijk is het forceren ook in bio toegelaten: dan staan de wortels in bakken waar zuiver water (i.e. zonder extra minerale voedingsstoffen) door stroomt. Het uitgroeien van de witloofkropjes wordt immers niet gezien als een teelt omdat de plant al zijn groeikracht haalt uit de wortels. In dit geval heet het hydrowitloof. Op water gekweekte rassen blijken wat minder bitter te zijn dan in volle grond gekweekt witloof.

Niet twijfelen dus, proef de pure smaak van het witte goud en leg dat biologisch witloof op je bord!

Bio. Dat is sowieso goed gekozen.

Deze campagne kwam tot stand dankzij steun van de EU.