Biodieren, leiden die nu echt zo’n ander leven dan niet-biodieren? Ja, toch wel. Een belangrijk aspect in bio is dat de dieren over meer ruimte beschikken, zowel binnen in de stal als buiten, biologisch voeder krijgen én dat de veeboer sterk inzet op preventie om zijn dieren zo gezond mogelijk te houden.

Voorkomen is beter dan genezen

Hoe houdt een biologische veeboer zijn dieren gezond? In de biologische veehouderij piekt één richtlijn boven alle anderen uit: ziektepreventie. Om te beginnen gaat de veeboer bewust op zoek naar robuuste dierenrassen die van nature uit beter bestand zijn tegen ziektes en die zich goed kunnen aanpassen aan de lokale omstandigheden.

Daarnaast krijgen de dieren biologisch ruwvoeder te eten, o.a. vers gras uit de wei, en biologisch krachtvoeder. Biodieren hebben ook meer ruimte, zowel binnen als buiten, en kunnen zich dus meer, vrijer en natuurlijker bewegen, en hebben regelmatig de mogelijkheid om naar buiten te gaan. En dat komt hun gezondheid zeker ten goede.

Hoe houd je biokoeien gezond? - (c) VLAM
  • Uit de praktijk:
    Bioveeboer Jos De Clercq van de Natlandhoeve zet slim weidebeheer in om de maagdarmwormen bij zijn vleeskoeien weg te houden. Om te beginnen zorgt hij ervoor dat er in zijn wei veel kruiden staan: planten als smalle weegbree, duizendblad, klaver en paardebloem bevatten meer mineralen dan gras en vullen dus ook de voorraad bij de koeien aan. De Clercq laat zijn koeien ook wisselen van weide, hij maait de weides regelmatig en hij verplaatst zijn koeien naar een verse weide op het moment dat de wormdruk hoog wordt. Ook blijven zijn kalfjes lang bij hun moeders omdat de moedermelk natuurlijke antistoffen bevat die hen helpt om wormen te bestrijden.

Wat met een ziek dier?

Als een biodier toch ziek wordt, belt de bioboer snel naar de veearts. Die schrijft dan de meest passende geneesmiddelen voor. Het zieke dier krijgt vaak een afzonderlijke ruimte om rustig te kunnen genezen of om andere dieren niet aan te steken.

De veearts schrijft voor biodieren bij voorkeur homeopathische of fytotherapeutische (kruiden en planten) middelen voor, of sporenelementen, vitaminen of mineralen. Met name bij melkkoeien en kippen is zo’n aanpak aangewezen aangezien die dieren continu melk en eieren blijven produceren.

  • Homeopathische middelen: gaan ervan uit dat een ziekte genezen kan worden door een middel dat bestaat uit een verdunde oplossing van een stof die dezelfde symptomen veroorzaakt als de ziekte. Voor dieren gebruikt men precies dezelfde homeopathische producten als voor mensen.
  • Fytotherapeutische middelen: zijn geneesmiddelen die als actieve ingrediënten uitsluitend planten, delen van planten of combinaties daarvan bevatten.
  • Sporenelementen: zijn elementen die in voeding aanwezig moeten zijn voor een goede groei en functie, maar die slechts in zeer kleine hoeveelheden nodig zijn (microgrammen tot milligrammen). Voorbeelden van sporenelementen voor dieren zijn: ijzer, zink, koper, mangaan.

    Hoe houd je biokippen gezond? - (c) VLAM
  • Uit de praktijk:
    Hoe zit het met ziektes bij pluimvee? Biopluimveehouder Johan Martens vindt vooral de bloedluizen creaturen die zijn kippen veel last kunnen berokkenen. Ze nestelen zich in alle mogelijke kieren in de stal en vallen ’s nachts de kippen lastig in hun slaap. De oplossing? Wekelijks borstelt hij de luizen weg en vernietigt ze. Hij krijgt daarbij de hulp van kevers die de natuurlijke vijanden zijn van de bloedluizen.
    Isabelle Piesschaert, die wel 15.000 leghennen onder haar hoede heeft, zweert bij preventie. Haar jonge hennen worden voor de leeftijd van 4 maand gevaccineerd tegen allerlei ziektes, o.a. tegen bacteriële infecties. Daarnaast vindt ze het belangrijk om de darmwerking van de dieren goed te ondersteunen. Zo voegt ze een aantal plantaardige middelen toe aan het drinkwater (fytotherapie). En bij warm weer krijgen de kippen er wat extra vitamine C bij. Zo blijven de kippen anderhalf jaar productief.

Toch klassiek? Wachttijd respecteren!

Is er echt geen andere oplossing om het dier te helpen, dan kan de dierenarts toch klassieke geneesmiddelen voorschrijven, waaronder antibiotica. In dat geval moet de bioveeboer wel een dubbele wachttijd respecteren (dubbel t.o.v. de wachttijd voor gangbare dieren) voordat hij het behandelde dier weer ‘biologisch’ mag noemen en de producten van het dier mag verkopen.

Die wachttijd gaat in na de laatste toediening van het geneesmiddel aan het dier. Het vlees, de melk of de eieren van het dier mogen tijdens de wachttijd niet gebruikt mogen worden voor menselijke consumptie en mogen niet als bio verkocht worden. Als het geneesmiddel geen wachttijd heeft, moet de boer toch een wachttijd van 48 uur respecteren. Zo ben je als consument zeker dat er geen residuen van die medicatie op je bord terecht komen. Een klassieke behandeling wordt wel zoveel mogelijk beperkt in bio.

Per jaar zijn maximaal drie behandelingen met antibiotica en chemisch gesynthetiseerde klassieke diergeneesmiddelen toegestaan in bio. Dieren die minder dan één jaar leven (bv. vleesrammen, vleeskippen, vleesvarkens) krijgen maximaal één klassieke behandeling.

Vrolijke biggen bij René Verachtert - (c) VLAM, P. De Laet
  • Uit de praktijk:
    Bioveeboeren hebben over het algemeen weinig last van ziektes bij hun dieren. Zo vertelt biovarkensboer René Verachtert van De Steenovens dat hij dankzij een doorgedreven preventie-aanpak relatief weinig met ziektes bij zijn dieren te maken heeft. Opvallend: in 30 jaar heeft hij slechts één keer antibiotica moeten gebruiken, en dat voor een groepje biggen die hij (uitzonderlijk) had overgekocht. Bioveeboer Kurt Sannen van Het Bolhuis heeft af en toe te maken met luchtweginfecties en diarree bij zijn koeien. Een praktische aanpak bleek zijn vruchten af te werpen: hij zorgde voor een beter stalklimaat door de tocht te verminderen en zette in op een doorgedreven hygiëne. Om de weerstand van de dieren te versterken geeft hij ze een biologisch mineraal supplement met vitaminen en sporenelementen.

Geen preventieve medicatie

Bij niet-biologische dieren wordt soms preventief antibiotica aan dieren gegeven, om ze al bij voorbaat te beschermen tegen bepaalde ziektes. Maar dit is niet toegelaten in de bioveeteelt. Ook groei- of productiebevorderende middelen of hormonen die de bronst opwekken of synchroniseren (zodat bv. alle zeugen tegelijk biggetjes werpen) zijn in bio uit den boze.

Zijn biodieren dan gezonder?

Er gaat zo veel aandacht naar de gezondheid van biodieren dat het bijna niet anders kan dat ze gezonder zijn! Het is in ieder geval een belangrijk streefdoel van de bioveeboer om zijn dieren zo sterk en gezond mogelijk te houden. Dat begint bij de selectie van sterke rassen en foklijnen en een evenwichtige en uitgebalanceerde biologische voeding. Biodieren hebben ook meer ruimte en kunnen zich dus meer, vrijer en natuurlijker bewegen. Allemaal factoren die hun gezondheid positief beïnvloeden.