Niets zo lekker als een krakende, zoete en sappige appel! Dat is precies waar Jef Vercammen, directeur van de Proeftuin Pit- en Steenfruit, naarstig naar op zoek is. We volgden hem door een boomgaard vol heerlijk rode appels die uit de top 3 van de proef kwamen. Hoe gaat dat in z’n werk?

Waarom is het onderzoek naar appelrassen belangrijk?

Is het je ook al opgevallen dat er vaak maar een paar soorten (steeds dezelfde) appels in de winkel liggen? Om die selectie aan te vullen, doet de Proeftuin Pit- en Steenfruit – een afdeling van het Proefcentrum Fruitteelt in Sint-Truiden – onderzoek naar nieuwe, robuuste appelrassen. Jef Vercammen, directeur van de Proeftuin, geeft tekst en uitleg: “Rassenonderzoek is een van de belangrijkste thema’s waar we mee bezig zijn. We zitten met bijna 60% Jonagold op de markt, dus die is vrij dominant. We zoeken dus een appelras dat de Jonagold op de markt kan aanvullen, zowel in gangbaar als in bio.” Eén dominant ras heeft immers als nadeel dat een slechte oogst (door bv. nachtvorst) of slechte prijzen een veel grotere impact heeft op het inkomen van de fruitteler dan wanneer het risico gespreid is over meerdere rassen.

Een boomgaard met Natyra-appels - (c) VLAM, P. De Laet

Wat is dan het ideale appelras?

De ideale appel levert een voldoende hoge productie, heeft een goeie maat en een uitstekende vruchtkwaliteit, bewaart goed en blijft ook lang goed bij uitstalling in een winkel. En, niet te vergeten, dat ideale ras moet zo min mogelijk gevoelig zijn voor ziekten en plagen, en liefst van al ook resistent tegen schurft. Met andere woorden: de lat ligt heel hoog!

Kwaliteiten van de ideale appel - (c) VLAM

Hoe verloopt zo’n onderzoek?

In een eerste fase worden er zoveel mogelijk appelrassen verzameld, waar telkens tien bomen van geplant worden. Jef Vercammen: “Als we kijken naar bioappelrassen is het belangrijk dat we schurftresistente rassen vinden. Schurft is een belangrijke ziekte bij appels, en we willen dus graag schurftresistente appels vinden omdat je in bio maar een beperkt aantal biologische gewasbeschermingsmiddelen mag gebruiken tegen schurft.”

Van de best presterende appelrassen uit fase één worden vervolgens in fases twee en drie meer bomen aangeplant. “We kijken dan specifiek hoe bepaalde kleinere kenmerken van het ras zich gedragen,” zegt Vercammen. Komt een ras ook hier met een goed rapport uit, dan worden er drie à vijf fruittelers gezocht die ruimte hebben om dat ras in grotere getale aan te planten. Er wordt dan nagegaan of bepaalde positieve eigenschappen behouden blijven als de bomen in verschillende bodemtypes worden geplant.

Het moge duidelijk zijn: rassenonderzoek is een proces van lange adem, vaak ettelijke jaren, dus echt een geduldwerk. “Maar het is heel leuk als het dan resulteert in een appel die in de praktijk geplant wordt en een succes is in de markt”, voegt Jef er met de glimlach aan toe.

Jef Vercammen, directeur van de Proeftuin Pit- en Steenfruit - (c) VLAM, P. De Laet

Natyra: een topappel

Een van de rassen die in het onderzoek bijzonder goed scoorde, was de Natyra, een appel met een zeer goede hardheid én een fantastisch lekkere smaak. Vercammen licht toe: “Bij smaaktesten scoort de Natyra steevast in de top drie, ook in andere landen. Het is dan ook echt een van de lekkerste appels.” Sommige experten noemen de Natyra zelfs “de nieuwe biologische parel”!

Waar komt die zo ineens vandaan? Jef Vercammen weet er alles over: “Deze appel is een Nederlandse kruising van de Elise-appel met een schurftresistent ras. De Natyra heeft de schurftresistentie van dat ras goed overgenomen. Dat betekent dat er praktisch geen schurft voorkomt op deze appelsoort. Daardoor is er slechts zeer beperkte (biologische) gewasbescherming nodig.” Telers moeten wel goed opletten, want het is mogelijk dat er toch weer schurft uitbreekt als de schurftschimmel zich aanpast om weer te kunnen toeslaan.

Natyra, een heerlijke zoete, krakende nieuwe bioappel - (c) VLAM, P. De Laet

Het enige zwakke punt van de Natyra is dat de appels, bv. bij droogte, soms nog niet voldoende groeien en dus nog niet groot genoeg worden. Daarom doen de onderzoekers proeven met verschillende (bio)middelen die de groeikracht van de Natyra-appel zouden kunnen verbeteren. (N.B. dit zijn middelen die aan de strikte regels van de biowetgeving moeten voldoen en dus geen chemisch-synthetische componenten bevatten).

En hoe zit het met de teeltrotatie?

In de biologische landbouw is teeltrotatie een belangrijk basisprincipe om de bodem vruchtbaar en levend te houden. Gebeurt dat dan ook bij fruitbomen?
Jef Vercammen legt uit: “Een appelperceel blijft 12 tot 15 jaar – soms zelfs langer – staan. Dat betekent dat je maar één keer om de 12-15 jaar de mogelijkheid hebt om aan teeltrotatie te doen en om de bodemkwaliteit aan te pakken. Op het moment dat een perceel gerooid wordt, kan er weer nieuw organisch materiaal in de bodem worden ondergewerkt om de bodemkwaliteit te verbeteren. Concreet is dat dan stalmest, champignonmest of groencompost. Ook goed is om het perceel een jaar braak te laten liggen en een groenbemester in te zaaien, dat voegt ook organisch materiaal en dus (o.a.) mineralen aan de bodem toe.”

Waar vind je de Natyra?

Hoewel er dus nog steeds onderzoek wordt verricht naar de Natyra, is de appel op dit moment al verkrijgbaar bij een aantal biohandelaars. (Helaas hebben we geen lijst met adressen ter beschikking.)

Over het Proefcentrum Fruitteelt

Het Proefcentrum Fruitteelt is een internationaal erkend onderzoekscentrum in fruitteelt. In de afdeling Proeftuin Pit- en Steenfruit gebeurt praktijkgericht onderzoek rond appel, peer en zoete kers. Er wordt onderzoek gedaan op zaken als (o.a.) rassen, oogstzekerheid, bemesting, gewasbescherming en onkruidbeheersing. De resultaten worden direct doorgegeven aan professionele fruittelers.