Op 23 maart kregen 25 nieuwe bioboeren hun getuigschrift uitgereikt op een feestelijke bijeenkomst. Zij volgden met glans het leertraject Biologische en biodynamische landbouw van Landwijzer, het Vlaamse vormingscentrum voor biologische landbouw. Met een stevig onderbouwd afstudeerwerk, veel enthousiasme, en bergen ervaring, goede moed en werklust starten de kersverse bioboeren nu hun eigen professionele landbouwprojecten.

Een aantal deelnemers is reeds gestart met een eigen bedrijf, anderen doen dit binnenkort. Sommigen zijn nog op zoek naar grond, of hebben andere obstakels te overwinnen. Wat zijn de plannen van deze bioboeren? We vroegen het aan drie jonge mensen. (Lees hier meer over de plannen van de hele groep).

Sarah Michels (36) – wil de boerderij van haar ouders omschakelen

Sarah Michels wil de boerderij van haar ouders omschakelen - (c) VLAM

Sarah Michels: “Starten met het leertraject Biologische en Biodynamische landbouw was best een moeilijke beslissing. Want ik ben de dochter van gangbare landbouwers. Zij hebben een gemengd bedrijf (melkvee, vleesvee en akkerbouw), waar ik van kindsbeen af veel heb meegewerkt. Ik heb psychologie gestudeerd maar na een ervaring op een zorgboerderij met kwetsbare jongeren kwam ik op het idee om iets te doen in die richting op de boerderij van mijn ouders. Ik zocht daarbij naar een kader dat beter past bij mij, een menselijker kader. En dat vond ik in bio. Ook al ken ik de draai op de boerderij heel goed, toch miste ik nog inzicht en achtergrond over biolandbouw. Daarom ben ik het leertraject van Landwijzer gestart.

Tijdens het leertraject deed ik stage op vijf bedrijven en elke stageboer bracht me weer iets heel anders. Zo kreeg ik meer inzicht in voersamenstelling, fokkerij, gebruik van kruiden, kringlooplandbouw en familiale aspecten bij bedrijfsoverdracht.

Ik ben al jaren bezig met duurzaamheid en bio, maar voor mijn ouders is het nog relatief nieuw. Ze zien nu ook wel dat de maatschappij in de richting van duurzaam duwt - ook in gangbaar mag er nu minder antibiotica gebruikt worden. Dus ze staan er wel voor open.

Mijn uiteindelijke doel is om het ouderlijk bedrijf om te schakelen naar een biobedrijf met dubbeldoel melkvee (zowel melk als vlees), met zorg en aandacht voor de natuur van de koe, de bodem en de kringlopen. Ik wil graag een 50-tal melkkoeien houden die lekker kunnen grazen in kruidenrijke weides in een mooi landschap -met bomen en struiken. Ik zou het leuk vinden dat deze plek zo mooi wordt dat ik ze kan delen met anderen, dat het een sociale plek wordt.”

Martijn Pironet (26) – is een microgroentenbedrijf gestart

Martijn Pironet is zijn eigen microgroentenbedrijf gestart - (c) VLAM

Martijn Pironet: “Ik heb een jaar groenmanagement gestudeerd en leerde op een bepaald moment het CSA-systeem kennen (community supported agriculture). Dat vond ik echt iets voor mij, al m’n waardes en interesses komen erin samen. Ik ben toen aan de Landwijzer-opleiding begonnen met het idee om een groenten-CSA te beginnen. Maar al doende leerde ik dat ik liever fijnere teelten doe, waarbij oog voor kwaliteit en detail heel belangrijk is. Ik hou ook van innovatie en nieuwe producten. Zo vond ik mijn weg naar de microgroenten, jonge plantjes van een paar weken oud – denk aan radijs, rucola, mosterd, erwt, pakchoi.

Ik ga pionieren door deze microgroenten jaarrond te kweken in volle grond, wat het een uniek product maakt. Normaal gezien worden ze in substraat geteeld, maar in bio moet je alles in volle grond telen. De plantjes staan wel in een serre en worden extra bedekt tijdens de winter. Afhankelijk van de soort duurt het één tot drie weken om ze te oogsten.

Met de microplanten wil ik een gezond en kwaliteitsvol product kweken op een zo duurzaam mogelijke manier. Het voordeel van jonge plantjes te telen is dat ze vaak te jong zijn om aangetast te worden door schimmels of insecten. Ik voorzie heel veel ventilatie en geef ondergronds water via een druppelsysteem. De plantjes moeten zo droog mogelijk blijven om de schimmels voor te blijven. Momenteel teel ik al een 20-tal soorten microplanten. Voor de horeca en voor lokale biowinkels maak ik bakjes met verschillende mengelingen van zo’n 8 à 10 soorten. In de VS en Canada worden deze microgroenten echt als een aparte groente gegeten. Ze beginnen hier nu ook aan bekendheid te winnen.”

Isabelle Holthof (33) – wil graag een biozorgboerderij opstarten

Isabelle Holthof geeft uitleg over haar zorgboerderij - (c) VLAM

Isabelle Holthof: “Ik werkte in de sociaal-culturele sector, maar zocht naar meer diepgang en andere uitdagingen. Ik had al in een samentuin meegewerkt en kreeg de smaak te pakken. Zo kwam ik terecht bij het leertraject van Landwijzer. Stages doen is een belangrijk aspect van de opleiding. Op zo’n stage kwam de moeder van mijn stageboer vaak mee prei kuisen. Ze was echt verweven met het bedrijf, en deelde haar kennis met vuur. Ze stimuleerde me door te zeggen dat de landbouw meer vrouwen nodig heeft! Ik ervaarde de boerderij als een levendige en open ontmoetingsplek voor iedereen.

Intussen ben ik benaderd door een groep van OCMW’s die samen een zorgboerderij willen opstarten. Het idee is dat er acht zorgbehoevende mensen komen leven die op de boerderij kunnen en willen werken. Ik zou zorgboer worden, dus ik bied de mensen een dagbesteding aan maar tegelijk moet ik ook rondkomen van het werk. Hoe dat precies moet gaan, is nog onduidelijk. Er zijn nog heel wat vraagtekens. Ik zal ook pas na verloop van tijd zien of het werkt met die mensen, en of ik echt iets voor hen kan betekenen.

Wat ik bijzonder vond aan de opleiding was de passie van de vrouwelijke boeren waar ik stage volgde. Ja, ik had specifiek om boerinnen gevraagd! Daarnaast ook dat landbouw toch iets realistisch kan zijn, dat je daar echt een inkomen kunt uithalen. Dat had ik eigenlijk niet verwacht.”

Alles over het Leertraject

Landwijzer organiseert al 21 jaar het Leertraject Biologische en Biodynamische landbouw om mensen - vaak zonder landbouwachtergrond - klaar te stomen op een professionele toekomst in de landbouw. De opleiding duurt nu 2,5 jaar (i.p.v. 2 jaar) om de deelnemers meer tijd en ruimte te geven om alle stages en opdrachten bol te werken. “In het extra halfjaar kunnen de studenten zich nu beter voorbereiden op de bedrijfsvoering en de praktische opstart van hun bedrijf,” aldus Ineke Docx, begeleider van het leertraject Antwerpen.

Interesse?

De groep kersverse bioboeren met hun getuigschrift in de hand - (c) VLAM