‘Onkruid vergaat niet’, dat zullen boeren zeker beamen. Hoewel onkruid niet noodzakelijk iets slechts is, is het toch een van de grote uitdagingen waar bioboeren mee te maken hebben. Hoe pak je onkruid aan in bio?

Waarom moet onkruid op een teeltveld eigenlijk aangepakt worden? Onkruid bestaat eigenlijk niet: het is eerder een plant die op de verkeerde plek groeit. Op landbouwpercelen neemt onkruid het water, licht en voedingsstoffen weg die een teelt nodig heeft om te kunnen groeien. Onkruid kan daardoor de opbrengst en de kwaliteit van de teelt verminderen, en ook ziektes en plagen aantrekken. Onkruiden die zaad maken, zorgen bovendien voor een veelvoud aan nakomelingen de jaren nadien.

Aan de andere kant hoeft niet per se al het onkruid weg. Bioboeren proberen vooral het evenwicht te bewaren tussen de kosten (= het wiedwerk) en de baten van de hoeveelheid onkruid.

Géén herbiciden

Er bestaan allerlei technieken die de bioboer kan inzetten om onkruid te beheersen. Maar een absolute no-go is het gebruik van herbicide: dat is een chemisch-synthetisch product, en die zijn in bio uit den boze. De aanpak van bio is ecologisch en milieuvriendelijk, en daar hebben zo’n producten geen plaats. Chemische herbiciden werken namelijk in op de wortel of op het blad, en ze kunnen een negatieve impact hebben op de biodiversiteit.

Hoe pakt een bioboer onkruid dan wel aan?

In de eerste plaats doet de bioboer veel aan preventie om onkruid van zijn percelen weg te houden. Dat betekent aandacht voor een schoon zaai-, poot- en plantbed, vermijden dat onkruiden zaad maken, groenbemesters inzetten die de bodem goed bedekken, enz.

Daarnaast zijn dit de belangrijkste methodes om onkruid aan te pakken:

  • Schoffelen en wiedeggen: Onkruidbestrijding met de schoffel of wiedeg is uiterst milieuvriendelijk maar behoorlijk arbeidsintensief, of de boer het nu manueel doet of machinaal. Zeker in een natte zomer (zoals nu) waarin alles goed groeit, moet een bioteler alle zeilen bijzetten. Vooral op kleinere boerderijen is manueel wieden vaak onontbeerlijk. Schoffelen is goed voor kleine plantjes die niet te diep wortelen. Grotere bedrijven gebruiken een wiedeg of een schoffelmachine. De schoffelmessen van de schoffelmachine snijden het onkruid af tegen de grond. Deze machines worden steeds efficiënter dankzij nieuwe technologieën.
    De wiedeg haalt het onkruid weg tussen de preiteelt - (c) Inagro
  • Wieden op een wiedbed: Om het wiedwerk te verlichten kun je een wiedbed inschakelen, dat is een machine waarop twee of meer mensen liggend onkruid kunnen wieden. Het Livinushof in Sint-Laureins was een van de eerste in België met een elektrisch wiedbed, aangedreven op zonne-energie (zie filmpje). Alex Floré van Rawijs bedacht dan weer een wiedbed op batterijen gemaakt uit oude elektrische rolstoelen!
    Het comfortabele wiedbed bij Livinushof - (c) VLAM
  • Misleiding is een ander soort methode: de boer maakt de bodem zaaiklaar maar wacht een paar weken met zaaien. Dit wordt een ‘vals zaaibed’ genoemd. De onkruidzaden bovenin de bodem beginnen al te kiemen, maar omdat er nog geen gewas staat, kunnen ze makkelijk worden verwijderd met onkruidbranders of schoffels. Pas daarna wordt het perceel echt ingezaaid. Op die manier krijgt het gewas een flinke voorsprong op het onkruid.
    Wiedeg haalt onkruid weg op een vals zaaibed - (c) Inagro
  • Bodembedekking: De bodem wordt volledig afgedekt met folie of gronddoek zodat het onkruid niet kan kiemen. De gewassen worden ingeplant in grote plantgaten die in de folie zijn geperforeerd, bijvoorbeeld courgetten of paprika's, en onkruid krijgt amper ruimte om te groeien. Kleinere bedrijven gebruiken ook stro om de bodem te bedekken, bijvoorbeeld voor aardbeien (vandaar de naam strawberry - bes op stro!). Op grotere bedrijven worden compost of houtsnippers als mulch gebruikt om de bodem met organisch materiaal te bedekken.
    Paprika's groeien door een folie die al het onkruid tegenhoudt - (c) VLAM, Patricia De Laet
  • Later zaaien dan gebruikelijk in het voorjaar zorgt voor een snellere groei van de gewassen. Hierdoor is het gewas sterker en meer ‘concurrentieel’ ten opzichte van het onkruid. In het najaar zaaien bioboeren hun granen vaak later dan hun niet-bio collega’s zodat onkruiden die in het najaar kiemen zwakker door de winter komen.
  • Teeltrotatie: Een slimme manier om onkruid tegen te houden in bio is ten slotte de jaarlijkse teeltrotatie. Telkens dezelfde teelt op een perceel bevoordeelt jaar na jaar hetzelfde onkruid. Door teelten steeds op een ander perceel te plaatsen, verstoort de boer de onkruidgroei. Ook percelen afwisselen met winter- en zomergewassen houdt de uitbreiding van bepaalde onkruidsoorten tegen. Tijdens de teeltrotatie worden velden vaak ook ingezaaid met triticale of luzerne: dat zijn hele goeie bodembedekkers die het onkruid bijna helemaal tegenhouden.
    Triticale is een graansoort die de bodem prima bedekt - (c) VLAM