Taart, veggieburgers, charcuterie, kant-en-klare maaltijden – je vindt het allemaal in bio. Maar zijn er dan ook specifieke regels die de bioproducent daarbij volgen?

Tomatenpuree, brood, soep, ontbijtgranen, bier – dat zijn producten die in de categorie van de 'verwerkte producten' vallen. Maar hoe weet je nu of die verwerkte voedingsmiddelen echt biologisch zijn? Net als de bioboer die groente teelt, moet de producent van verwerkte bioproducten de Europese wetgeving volgen bij het produceren van zijn biologische eindproduct. En omdat ook hij streng gecontroleerd wordt, kun je deze verwerkte biologische producten 100% vertrouwen!

Globaal genomen garandeert een bioproduct je dat de biologische kenmerken en de vitale kwaliteiten van een product in alle stadia van de productieketen bewaard blijven. We zoomen hier in op vier basisprincipes.

Wat maakt verwerkte producten biologisch? - (c) VLAM

Meer dan 95% van de ingrediënten moet biologisch zijn (volgens gewicht)

  • Het gros van de ingrediënten van een bioproduct moet zelf van biologische, duurzame oorsprong zijn. Dat is ook logisch! Concreet: een verwerkt product wordt pas ‘biologisch’ genoemd als minstens 95% van (het totale gewicht van) de ingrediënten biologisch is. Dus als je een biologische kriekentaart koopt, dan ben je zeker dat zowel de bloem en de boter als de krieken en de suiker 100% biologisch zijn.
  • En wat zit er dan in die 5% niet-bio? Dat zijn niet‐biologische ingrediënten van agrarische oorsprong die op een aparte lijst staan. Het gaat over een 30-tal specifieke ingrediënten die niet (voldoende) in biovariant beschikbaar zijn, zoals rijstpapier of saffloerolie. Voor deze ingrediënten mag dan de niet-biologische variant gebruikt worden. Zout en water worden hierin niet meegerekend; dat zijn geen ingrediënten uit de landbouw.

Strikt beperkt gebruik van additieven (aroma’s, enzymen, vitamines, …)

  • Bio streeft ernaar om authentieke voeding te produceren met een pure smaak. Bij de productie moeten de biologische integriteit en vitale eigenschappen van het product behouden worden. Daarom vermijdt het alle stoffen die de ware aard van het product verbergt.
  • Het aantal toegelaten additieven – je kent ze misschien ook als de E-nummers – is in bio strikt beperkt: de lijst telt slechts 24 toegelaten additieven. Ze zijn hoofdzakelijk geproduceerd met ingrediënten van agrarische oorsprong. Alleen essentiële additieven zijn in bio toegelaten, en dat onder strikte voorwaarden. Citroenzuur is bijvoorbeeld toegelaten, maar enzymen die bruinkleuring tegengaan niet.
    Wortelburger, fruittaart, brood, tofu, ... lekkere verwerkte bioproducten - (c) VLAM

    Geen gebruik van ggo’s of producten gemaakt met of door ggo’s

  • Het gebruik van ggo's (genetisch gemodificeerde organismes) is in bio niet toegelaten. Ook producten die afgeleid zijn van ggo's (bv. enzymen voor de productie van kaas) mogen niet gebruikt worden. Ook biodieren mogen trouwens niet gevoederd worden met genetisch gemodificeerd voedsel.
  • De biosector hecht veel belang aan het voorzorgsprincipe. Het is niet bewezen dat ggo-gewassen meer opbrengen of veilig zijn voor de natuur en de mens. Vanwege die twijfel houdt de biosector de deur dicht voor ggo’s.

Strikt gescheiden productie van biologische en niet-biologische producten

  • Producenten van biologische verwerkte voedingswaren maken vaak ook niet-biologische producten in hun bedrijf. Daarom moeten ze erop letten dat ze in hun productielijn de biologische producten strikt gescheiden houden van de niet-biologische, zodat ze kunnen garanderen dat er geen stoffen uit de ene lijn in de andere terecht komen.
  • Een bio-ingrediënt mag ook niet samen met hetzelfde niet-bio ingrediënt in één en hetzelfde product voorkomen.

De EU-garantie

Hoe herken je bio? Eenvoudig: het Europese biolabel op een product, samen met het woord 'biologisch', geeft je de garantie dat de EU-biowetgeving werd gerespecteerd.

Het EU-biologo wijst je de weg

=-=-=

Bron: EU Biowetgeving