De moderne bioboer draagt misschien nog wel lekker warme geitenwollensokken maar zit tegenwoordig ook op zijn tractor achter een hoogtechnologische machine. Joran Barbry van Inagro vertelt hoe een innovatieve techniek als strokenteelt in combinatie met een vast rijpadensysteem positieve effecten heeft op de productiviteit, de biodiversiteit en de bodemkwaliteit.

Strokenteelt? Vast rijpadensysteem? Bekijk het filmpje!

Technologie als bondgenoot

Omdat bio zo veel mogelijk werkt met natuurlijke gewasbestrijding, is het belangrijk dat er voortdurend gezocht wordt naar innovatieve technieken om schadelijke insecten, plagen en ziektes bij teelten onder de knoet te houden. Dus de biolandbouw staat niet stil en zoekt voortdurend hoe het beter kan.
We gingen op bezoek bij het biologisch proefbedrijf van Inagro (Innovatief en duurzaam Agrarisch Ondernemen) in Roeselare waar je landbouwinnovatie in de praktijk ziet. Joran Barbry, onderzoeksleider biologische productie, is alvast supergemotiveerd: “Wat mij het meeste boeit in mijn job is om innovatieve ideeën uit te testen waardoor de biolandbouwer zijn teelten kan verbeteren.”

Joran leidt het onderzoek naar innovatie technieken: “Verleden jaar zijn we op een proefveld gestart met een onderzoek rond strokenteelt gekoppeld aan ons vast rijpadensysteem Daarenboven werken we sinds 2016 uitsluitend met niet-kerende grondbewerking wat betekent dat de ploeg aan de kant wordt gezet.”

Wat is een vast rijpadensysteem?

Bij een vast rijpadensysteem gaat de boer voor alle bewerkingen op de akker (bv. wieden, planten, oogsten, …) werken met steeds dezelfde rijsporen voor de tractor. Joran licht toe: “Wij werken nu met een speciale breedspoortractor van ruim 3 meter breed. Alle machines die we aan de tractor hangen zijn aangepast aan die 3 meter werkbreedte. De tractor is met een precisie-gps uitgerust waardoor die altijd over dezelfde paden rijdt. Bij sommige geavanceerde systemen hoeft de boer dan ook zelf niet meer te sturen!”

Dus voor alle bewerkingen – van het zaaiklaar en plantklaar maken van de grond tot onkruidbeheersing – rijdt de tractor steeds over dezelfde rijpaden. Omdat de beteelde oppervlakte tussen de wielen nooit wordt bereden, blijft de bodemstructuur mooi luchtig én los. Dit stimuleert ook het bodemleven – en een vruchtbare, levende bodem is van cruciaal belang voor het biologisch teeltsysteem.

Tussen die 3 m spoorbreedte passen net 4 teeltrijen met een tussenrijafstand van 70 cm. Inmiddels zijn alle teelten in de rotatie van het proefbedrijf aangepast aan die rijafstand. Als de lay-out van het veld is ingeladen in het gps-systeem, hoeft de boer amper aanpassingen te doen voor de besturing als hij verschillende bewerkingen doet met de tractor. De instellingen worden opgeslagen dus ook de volgende jaren kan de boer ze blijven gebruiken zolang hij de breedte van de teeltrijen aanhoudt.

De gps stuurt de tractor steeds over hetzelfde, vaste rijpad - (c) VLAM, P. De Laet

Strokenteelt als beloftevolle techniek

In het proefcentrum wordt nog een tweede innovatieve techniek uitgetest: strokenteelt. Joran Barbry loopt door het veld naar twee stroken met een verschillende teelt: “Strokenteelt is een vernieuwend teeltsysteem waarbij je twee of meer teelten in stroken naast elkaar teelt, in plaats van een volledig perceel met één teelt te beplanten of te zaaien. Hier staat nu prei en knolselder in alternerende rijen naast elkaar, maar de stroken kunnen ook tot enkele meter breed zijn. De resultaten van deze strokenteelt vergelijken we met de klassieke monocultuur van prei of knolselder.”

Wat zijn de voordelen van zo’n teelt in stroken of rijen? “Een eerste voordeel van strokenteelt is dat de planten licht en nutriënten efficiënter gaan gebruiken – omdat ze bijvoorbeeld een complementair wortelstelsel of complementaire lichtbehoeftes hebben. En dat kan een verhoogde opbrengst opleveren. Een tweede belangrijk voordeel is dat de stroken een fysieke barrière vormen voor ziektes en plagen waar de ene teelt wel maar de andere teelt geen last van heeft. Als er een ziekte zou uitbreken, kan die zich minder snel verspreiden doorheen de hele teelt want de tweede teelt voorkomt dat een ziekte of plaag zich verderzet. Daardoor wordt de hele teelt extra weerbaar”.

De alternerende stroken van prei en knolselder zijn duidelijk te zien op dit veld - (c) VLAM, P. De Laet

Meer biodiversiteit?

Waar het proefcentrum ook naar kijkt is of de strokenteelt de boven- en ondergrondse biodiversiteit positief beïnvloedt ten opzichte van de klassieke monocultuur. Joran maakt het wat concreter: “Je moet weten dat elke teelt zijn specifieke plaaginsecten heeft waaraan telkens ook specifieke nuttige insecten gekoppeld zijn. We denken dat de strokenteelt – die een meer divers landschap creëert – meer natuurlijke vijanden van plaaginsecten aantrekt, bv. kevertjes en spinnen. En die komen goed van pas om de plaaginsecten van de andere teelt te bestrijden.”

Een belangrijke vraag bij strokenteelt is natuurlijk welke gewassen goed bij elkaar passen en welke elkaar kunnen versterken. Prei en knolselder, bijvoorbeeld, maar ook suikerbieten en gerst, uien en wortel, of kool en tarwe zijn in Nederland al uitgetest en lijken combinaties te zijn die het goed met elkaar kunnen vinden.

In de strokenteeltproef wordt ten slotte ook nog geëxperimenteerd met nieuwe, alternatieve bodemverbeteraars. “We proberen om bedrijfseigen groenteafval te recycleren en te composteren om een eigen meststof te produceren. Hiermee willen we de bodemvruchtbaarheid en het koolstofgehalte in de bodem opkrikken,” voegt Joran toe.

Arbeidsintensief?

Op verschillende vlakken vraagt de strokenteelt in deze eerste proefopzet wel wat meer aandacht en inzet. Zo moeten de knolselders na het aanaarden van de prei vrij gemaakt worden van aarde. Ook het oogsten van een veld met strokenteelt vraagt wat meer precisiewerk omdat er niet één groot veld is met één teelt maar wel alternerende stroken met verschillende teelten.
Joran Barbry ziet het positief: “We gaan ervan uit dat we die extra arbeid op den duur wel kunnen verminderen door technologische innovaties in de mechanisatie.”

Ook de tractor met wiedeg rijdt over de vaste rijpaden - (c) VLAM, P. De Laet

Toekomstverhaal

Stel dat het onderzoeksproject prachtige, positieve resultaten geeft, hoe gaat Inagro dan te werk om dit aan de bioboeren door te geven? “Inagro heeft verschillende kanalen om bioboeren warm te maken voor innovatieve technieken. We publiceren artikels op onze website en via nieuwsbrieven en organiseren infomomenten zoals de Biovelddag waarop we ook resultaten bekend maken. Als een boer geïnteresseerd is in bv. strokenteelt, kan via bedrijfsbegeleiding samen gekeken worden hoe dit op zijn/haar bedrijf ingepast kan worden.”

Europees project

Het strokenteeltexperiment kadert in het Europese CORE Organic project 'SureVeg' van 3 jaar (april 2018 en loopt tot maart 2021. Het loopt in 7 Europese landen, België, Nederland, Denemarken, Finland, Letland, Italië en Spanje, waar gelijkaardige proeven worden uitgevoerd. Een van de doelen is om een database op te stellen die boeren kunnen gebruiken om geschikte gewassencombinaties te vinden. Handig!

Het SureVeg-project wordt gefinancierd binnen het programma H2020 ERA-net, CORE Organic Cofund, en met medefinanciering door de Europese Commissie.