Respect voor het milieu is een kernwaarde in bio. Het begint bij een levende bodem die vruchtbaar blijft door teeltrotatie en dierlijke mest of compost. Zo zorgt de bioboer mee voor de veerkracht van het ecosysteem. Hierbij vijf termen om bio beter te begrijpen.

BODEM: levend en vruchtbaar

Wist je dat biologische teelten altijd in de volle, levende grond staan? Dus nooit op substraat in bakken of via aquacultuur. De volle grond biedt de beste vruchtbare omgeving voor plantengroei: planten hebben er direct contact met het grondwater en de bodem bevat duizenden organismen die planten voeding geven en hen helpen om te groeien. Nogal logisch dat de biologische landbouw die bodem vertroetelt met de beste zorg!
Om ervoor te zorgen dat de bodem zijn vruchtbaarheid bewaart, werkt de bioboer met organische bemesting (in plaats van kunstmest), met groenbemesters (bv. grasachtigen) en met teeltrotatie (zie verder).

GEWASBESCHERMING: zo natuurlijk mogelijk

Biolandbouw werkt zoveel mogelijk met de natuur mee en kiest dus voor (een beperkt aantal) natuurlijke gewasbeschermingsmiddelen. Deze middelen worden in bio alleen toegelaten als de actieve stof ervan in de natuur voorkomt en als het product geen stoffen bevat van chemisch-synthetische oorsprong.
Daarnaast kan de boer allerlei slimme middelen gebruiken zoals het inzetten van nuttige insecten die schadelijk ongedierte opeten, feromonen die de voortplanting van bepaalde insecten dwarsbomen (de geurstof verwart de mannetjes waardoor ze de vrouwtjes niet meer kunnen vinden) of eenvoudigweg strobedekking en wieden om onkruid tegen te gaan. Daardoor worden de bodem, het grondwater en de lucht minder vervuild.

DIERVRIENDELIJKE VEETEELT: van voeding tot huisvesting

Biologische veehouders kiezen resoluut voor een hoog niveau van dierenwelzijn. Dat begint al bij de selectie van robuuste, sterke rassen die ziekteresistent zijn en goed zijn aangepast aan de lokale omstandigheden. Deze dieren krijgen gezonde, biologische voeding en in de stallen beschikken ze over voldoende licht, ruimte, ventilatie en comfort. Zodra de weersomstandigheden het toelaten mogen biodieren vrij naar buiten waar ze hun typische dierenmanieren kunnen uiten: varkens mogen wroeten in de aarde, kippen mogen scharrelen en stofbaden nemen, koeien mogen rustig grazen in de wei.
Biodieren krijgen geen preventieve medicatie. Bij ziekte wordt er fytotherapie of homeopathie gebruikt. Klassieke medicatie (bv. antibiotica) wordt alleen maar toegediend als de dierenarts dit noodzakelijk acht.

TEELTROTATIE: essentieel voor een levende bodem

Teeltrotatie of vruchtwisseling is een belangrijk principe in de biolandbouw – zo belangrijk dat het zelfs verplicht is. Teeltrotatie is het jaarlijks wisselen of ‘draaien’ van de teelt op de beschikbare percelen grond. Dankzij de teeltrotatie ondersteunt de bioboer de draagkracht (het recuperatievermogen) van de bodem omdat die niet uitgeput wordt door steeds weer dezelfde teelt. De teeltrotatie bevordert de bodemstructuur, onderdrukt onkruid en toomt ziektes in. Planten vinden er alle (sporen)elementen die ze nodig hebben en worden sterker. Daardoor moet de boer minder ingrijpen met (in bio toegelaten) gewasbeschermingsmiddelen. Om te grond rust te gunnen, wordt er ieder jaar een aantal percelen ingezaaid met groenbedekkers.

BIOCONTROLE: streng maar rechtvaardig

Bio wordt streng gecontroleerd, en dat is een taak voor de drie erkende controle- en certificatieorganisaties in ons land. De biocontroleur komt ieder jaar op bezoek bij elke biobedrijf en gaat na of de regels van de Europese biowetgeving gerespecteerd worden. Alle aspecten van het bedrijf worden gecontroleerd. Zo worden in een gemengd bedrijf (landbouw & veeteelt) zowel de percelen als de stallen gecontroleerd. Ook alle documentatie en facturatie gaan onder de loep. Tussendoor zijn er ook onaangekondigde steekproeven of controles. Als iets niet conform de wetgeving blijkt te gebeuren, dan moet de boer dit zo snel mogelijk oplossen.