Biodieren worden goed verzorgd: ze eten biologisch voeder en krijgen voldoende ruimte binnen in de stal én buiten. Zo kunnen ze rustig hun natuurlijke gedrag vertonen – pikken, wroeten, eten, … - en met hun soortgenoten omgaan.

Voldoende comfort

De voorbije jaren worden er steeds meer inspanningen geleverd om het dierenwelzijn in de hele productieketen van dierlijk voedsel te verbeteren. In de nasleep van een aantal voedselschandalen groeit de bekommernis bij de consument om het welzijn van dieren. Meer en meer mensen kiezen daarom voor biologisch vlees, eieren en melk.

Voor de biologische veeteelt zijn er strikte regels over de leefomstandigheden van de dieren. Biodieren leven gemiddeld langer en krijgen dus meer tijd om te groeien. De minimale leefoppervlakte binnen en buiten is per dier nauwkeurig vastgelegd om voldoende comfort te garanderen. Alle dieren mogen vrij naar buiten om te grazen, te wroeten en vrij te bewegen. In de stal zijn er natuurlijke lucht en licht beschikbaar, waardoor de dieren een natuurlijk ritme volgen.

Bio eet bio

Bio geeft de voorkeur aan robuuste, sterke, lokale rassen die zich kunnen aanpassen aan lokale omstandigheden en resistent zijn tegen ziektes. Je bent wat je eet, dus de dieren krijgen zo veel mogelijk biologische voeding: runderen, schapen en geiten krijgen 100% biologisch ruwvoer; het voer van varkens en pluimvee is 95% biologisch.
Dat voedsel moet ook grotendeels in de regio geteeld zijn. Biologische dierenvoeding mag geen genetisch gemodificeerde organismen (GGO’s) bevatten. Ook hormonen of stoffen om de groei te bevorderen zijn uit den boze.

Voorkomen is beter dan genezen

Hoe houdt een biologische veeboer zijn dieren gezond? In de biologische veehouderij piekt één richtlijn boven alle anderen uit: ziektepreventie. Om te beginnen gaat de veeboer bewust op zoek naar robuuste dierenrassen die van nature uit beter bestand zijn tegen ziektes en die zich goed kunnen aanpassen aan de lokale omstandigheden.

Als een biodier toch ziek wordt, kan de veearts de meest passende geneesmiddelen voorschrijven - bij voorkeur homeopathische of fytotherapeutische (kruiden en planten) middelen voor, of sporenelementen, vitaminen of mineralen. Met name bij melkkoeien en kippen is zo’n aanpak aangewezen aangezien die dieren continu melk en eieren blijven produceren.

Is er echt geen andere oplossing om het dier te helpen, dan mag de dierenarts toch klassieke geneesmiddelen voorschrijven, waaronder antibiotica. Een klassieke behandeling wordt wel zoveel mogelijk beperkt in bio. In dat geval moet de bioveeboer ook een dubbele wachttijd respecteren (dubbel t.o.v. de wachttijd voor gangbare dieren): het vlees, de melk of de eieren van het dier mogen tijdens de wachttijd niet gebruikt mogen worden voor menselijke consumptie en mogen niet als bio verkocht worden. Zo ben je als consument zeker dat er geen residuen van die medicatie op je bord terecht komen.

Aandacht voor dierenwelzijn

De biowetgeving verzekert dat dieren zo goed mogelijk worden verzorgd. Het knippen van staarten, tanden of snavels en onthoornen is in principe verboden. Transporten moeten zo kort mogelijk zijn en er mag geen elektrisch dwangmiddel gehanteerd worden (bv. om dieren in een vrachtwagen te dwingen). Het slachten, tenslotte, moet zo snel en pijnloos mogelijk gebeuren.

Hier vind je alle artikels over de biopijler "Vriendelijk voor dieren".

__

Met dank aan Biomijnnatuur.be