Biologische landbouw is een manier om voedsel te produceren die de draagkracht van de bodem en de natuurlijke levenscycli respecteert. Bioboeren werken zo natuurlijk mogelijk en minimaliseren de menselijke impact op het milieu.

Waarom is bio belangrijk?

Het biologisch landbouwmodel, met zijn agro-ecologische benadering, wordt wel eens gezien als model voor de toekomst. Biolandbouw en bioveeteelt zijn milieuvriendelijke systemen die door hun grondgebondenheid rekening houdt met de eigen draagkracht van de natuur. Basisprincipes bij de teelt zijn het recycleren van voedingsstoffen (bv. mest en compost om de bodem te voeden), de zorg voor een gezonde, van nature vruchtbare bodem, het minimaliseren van verlies aan hulpbronnen (zonlicht, water, bodem, ...) en het stimuleren van genetische diversiteit. Allemaal belangrijke principes om de blijvende draagkracht en vruchtbaarheid van land en dier te ondersteunen!

Lees alles over de 5 pijlers van bio.

Wat zijn de basisprincipes van bio?

  • De bioboer doet aan teeltrotatie (of teeltwisseling) waarbij gewassen regelmatig van veld wisselen zodat de bodem niet uitgeput raakt.
  • De boer gebruikt alleen mest van biologische dieren en natuurlijke compost - kunstmest is verboden.
  • Gewasbescherming gebeurt met natuurlijke middelen. Middelen met een chemisch-synthetische actieve stof zijn strikt verboden, evenals genetisch gemodificeerde organismen (ggo's).
  • De bioboer sluit de kringloop door lokale middelen goed in te zetten: zo hergebruikt hij de mest van biodieren en produceert hij bij voorkeur diervoeders op zijn eigen boerderij.
  • De bioboer gebruikt bij voorkeur sterke, ziekteresistente planten- en diersoorten die goed aangepast zijn aan de lokale omgeving.
  • Het (pluim)vee krijgt voldoende binnenruimte, geniet van vrije uitloop. Runderen, schapen en geiten krijgen 100% biologisch voer; het voer van varkens en pluimvee is 95% biologisch.

Hoe weet je of een product biologisch is?

De term ‘biologisch’ is wettelijk beschermd in heel Europa. In de Europese biowetgeving staat precies omschreven waaraan biologische teelt, veehouderij, voedingsmiddelen en veevoeder moeten voldoen. Naast de biologische landbouw bepaalt de wetgeving ook hoe de verwerking, verspreiding, etikettering en controle van biologische producten gebeurt. Voor dit alles gelden strenge normen, die door onafhankelijke biocontrole-organisaties regelmatig gecontroleerd worden. Alle bio-ondernemers (boeren, fokkers, bewerkers, handelaars, importeurs) worden ten minste één keer per jaar gecontroleerd.

Sinds 1 juli 2010 wordt overal in Europa het erkende EU-biologo gebruikt, het bekende ‘groene blaadje’. Alleen biologisch gecertificeerde bedrijven die de biowetgeving naleven, mogen dat logo op hun producten gebruiken.

Meer info: