Voor mensen die – om welke reden dan ook - niet op de gewone arbeidsmarkt terecht kunnen, bestaat de mogelijkheid om deeltijds aan de slag te gaan op een zorgboerderij. Amber werkt met veel plezier tussen de biologische geiten van Koen Vanroye op het Goerenhof.

In de geitenstal van 't Goerenhof is het vrij rustig. De geiten zijn al gemolken en liggen te rusten of knabbelen op wat stro. Hulpboerin Amber schuift haar riek in een berg stro en verdeelt het in kleinere hoopjes vlakbij de geiten. ‘t Goerenhof is het biologisch gecertificeerd melkgeitenbedrijf van Koen Vanroye.

Van de geitenmelk wordt vlakbij geitenkaas gemaakt: bij kaasmakerij Karditsel, op hetzelfde erf net naast de geitenstal gevestigd. De geitenmelk vloeit er rechtstreeks via een buizensysteem naartoe. Achter de stal ligt de wei waar nieuw gras is ingezaaid. Nog even en de geiten mogen weer naar buiten.

Van psycholoog tot geitenboer

Waarom heeft Koen Vanroye voor geiten gekozen? “Ik ben psycholoog van opleiding en ik had altijd al het idee dat ik met een zorgboerderij wilde starten. Ik koos voor de geiten omdat ik ze heel aaibaar vond. Koeien vond ik ook wel leuk maar die zijn een heel stuk groter en minder praktisch als je met jongeren wilt werken. Als een koe op je tenen gaat staan … Geiten spreken me ook meer aan dan schapen, ze hebben meer karakter. De geiten waren ook vrij makkelijk om kleinschalig mee te beginnen hier op de oude varkensboerderij van mijn grootouders. Het is bijna als hobby begonnen terwijl ik nog in het onderwijs stond. Zo kon ik rustig ervaren hoe het liep.”

Koen liep al lang met plannen voor een zorgboerderij rond maar wilde dat de geitenboerderij eerst goed draaide. “Dit is nu mijn derde schooljaar als zorgboerderij. De studie psychologie geeft mij wel wat achtergrondkennis. Dus het engagement voor de zorgboerderij komt daar zeker voor een stuk vandaan”.

Koen Vanroye aan het werk in de melkerij - (c) VLAM, P. De Laet

Geiten met karakter

Koen houdt zijn geitenbedrijf bewust kleinschalig maar breidde recent de kudde wel uit met een 50-tal witte Saanen-geiten. Met zo’n driehonderd geiten blijft hij in staat de geiten individueel te kennen en op te volgen: “De meeste krijgen een naam. Geiten zijn echt individuen. Zo is er Bulldozer, die heeft haar naam niet gestolen (lacht), en Jeanine is een echte deugniet. Soms is de naam verbonden met een specifieke tekening op de vacht, of ze doen denken aan een ander dier dat iemand heeft gehad.”

De geitenkudde bestaat uit diverse rassen, waaronder witte melkgeiten, Nederlandse bonte geiten en Toggenburgers (grijsbruin met witte strepen in het gezicht). Ook heeft Koen een aantal typisch Belgische rassen, zoals de hertengeit (bruin met zwarte streep op de rug). Die geven melk met een wat straffere smaak, dus in de kudde is het beter dat hun soort niet overheerst. Dan zijn er nog de Vlaamse geit en de Kempische geit, die zijn wat kleiner en geven minder maar iets rijkere melk. Het zijn rassen die vandaag met uitsterven zijn bedreigd: “Van de Kempische geit waren er op een bepaald moment geen 100 meer! Die hebben we dus ook maar we kruisen ze niet met de andere rassen omdat ze toch wat minder melk geven. Anderzijds bevat hun melk wel betere eiwitten, dus we willen uitzoeken hoe we die eiwitten kunnen bewaren bij een kruising.”

De verschillende geitenrassen leven vreedzaam bij elkaar op 't Goerenhof - (c) VLAM, P. De Laet

Wat is een zorgboerderij?

Maar wat is dat nu precies, een zorgboerderij? Koen geeft uitleg: “Een zorgboerderij is een plek waar personen die om welke reden dan ook niet naar school kunnen of niet in het gewone arbeidscircuit passen, toch een tijdje kunnen meedraaien. De doelgroep is heel divers: sommigen kunnen op die manier een stap zetten naar tewerkstelling toe, voor anderen is het eerder een dagbesteding. Ook wat mensen doen, kan heel divers zijn: iemand die verstandelijk beperkt is, kan hier komen om gewoon de dieren wat aandacht te geven, anderen doen bijna hetzelfde werk als een gewone arbeidskracht. Ook groepen zijn welkom met een begeleider om een halve dag met de geiten door te brengen.”
Steunpunt Groene Zorg doet de coördinatie: “Als je je aanmeldt, komen ze langs om te kijken hoe je bedrijf werkt en welke personen bij jou zouden passen. Je kunt zelf aangeven welke doelgroep je voor ogen hebt.”

Fijn werken tussen de geiten

De zorggast van Koen is Amber Rutten. Ze is 22 en komt sinds november 2019 iedere week een halve dag werken op de geitenboerderij van Koen. Mogelijk wordt dat uitgebreid: “Volgende week komt mijn begeleider en gaan we bekijken of ik een hele dag kan komen. Ik kom hier al een tijdje en ik doe het echt wel graag!,” zegt Amber enthousiast.

Het gewone arbeidstraject is momenteel niet voor Amber weggelegd: ze heeft een vorm van autisme waardoor ze zich bijvoorbeeld niet altijd goed kan concentreren. Amber kan het zelf goed uitleggen: “Ik heb na mijn school een jaar Dierenzorg honden- en kattenfokkerij gevolgd, en daar moet je ook een stage voor volgen. Zoiets kan ik misschien twee weken volhouden maar dan ben ik helemaal op. Het kost heel veel energie om mijn autisme wat weg te steken, om het te maskeren. Een hele week vollen bak doorwerken lukt mij gewoon niet. Ook heb ik niet steeds door wat er juist moet gebeuren, vooral als er niet veel uitleg wordt gegeven.”

Amber aan het werk tussen de geiten van 't Goerenhof - (c) VLAM, P. De Laet

Goed voor je zelfvertrouwen

Hoe kwam Amber dan bij Koen en zijn biogeiten terecht? Amber legt uit: “Ik zat thuis, ik kon geen voltijdse job aan, dus ik ging op zoek naar een dagbesteding. Via Begeleid Werken Zuiderkempen kwam ik terecht bij het Steunpunt Groene Zorg. Daar hielpen ze me om een geschikte werkplek te vinden.” Het Steunpunt zocht uit wat haar sterke kanten waren en waar haar interesses lagen. Daarmee gingen ze op zoek naar een passende (onbetaalde) werkplek. “Ik heb wel iets met dieren,” zegt Amber. “En toen ik hier kwam voor het intakegesprek, voelde het heel goed.”
Tot nu toe is ze opgetogen: “Voor mij is dit een manier om weer een beetje in mezelf te geloven, om mijn zelfvertrouwen op te krikken. Met mijn stage is het niet goed gelopen. De dingen worden snel te veel voor mij, en dat kan ik niet aan. Maar hier loopt alles prima!” Wat Koen vooral opviel, was Amber haar goede geheugen: “Ik had haar uitgelegd waar het voer voor de dieren uit bestond, en de volgende keer wist ze dat nog precies. Terwijl stagiairs die hier komen zo’n dingen vaak niet meer weten de volgende keer.”

Hoge aaibaarheidsfactor

En wat vindt de jonge werkkracht het fijnste klusje om te doen? Daar hoeft Amber niet over te twijfelen: “Het allerleukste is om tussen de lammetjes te gaan zitten. Dat is nodig om ze wat tammer te maken en aan mensen te laten wennen. Ik doe niets liever dan de dieren te observeren! Als ze zich willen laten aaien, goed. Als ze dat niet willen, ook goed.” Koen voegt eraan toe: “Vanwege de drukte zijn we daar een tijd niet aan toegekomen, dus het is goed én belangrijk dat zij dat doet. Normaal worden de kleintjes in bio niet zo lang bij de moeder gehouden, maar wij doen dat hier wel, tot ze 3 maand zijn. Ze zijn nu net allemaal samengezet en gaan niet meer terug naar de moeder. Daarom zijn ze wel banger voor mensen [dan wanneer ze melk door mensen gevoerd krijgen]. Dus ze moeten echt wennen aan mensen!”.

Positieve ervaring

Voor Koen is het al de vierde keer dat hij zijn boerderij openstelde voor een zorgwerknemer. Zijn reacties zijn alleen maar positief. “Ik vind het erg fijn om samen met iemand bezig te zijn. Je moet wel bedenken wat je iemand kan laten doen. Iemand als Amber kan het, zoals ze zelf zei, soms goed maskeren als ze iets niet helemaal begrijpt. Dus je moet wel goed opvolgen of iemand mee is en alles begrijpt wat je zegt. Maar bovenal is het natuurlijk heel fijn om een extra kracht in huis te hebben! Dan kan ik soms ook even iets anders gaan doen!”.

=-=-=

Extra info