De ene varkensstal is de andere niet. De stal van een biologisch varken moet aan extra eisen voldoen: hij moet voldoende ruim zijn én het nodige comfort bieden. Ook moet het dier vrij naar buiten kunnen. Waar zou jij het liefst wonen, als jij zo'n vrolijk knorrend dier was?

Vraag jij je wel eens af hoe het leven van een biovarken eruit ziet? Volg de rondleiding in de varkensstal!

Infografiek (c) VLAM

Hoe ziet de stal van een biovarken eruit?

Varkens zijn groepsdieren en dat zie je aan hun stal. De biovarkens huizen samen in een gezellige groep in een ruime, goed geventileerde stal. De biowetgeving bepaalt precies op hoeveel ruimte een varken minimaal recht heeft. Een jong varken (<50 kg) krijgt minstens 0,8 m² ruimte, een volwassen slachtvarken (>110kg) heeft minstens 1,5 m² in de stal. Dus ze krijgen meer ruimte naarmate ze groeien. Voldoende ruimte heeft een positief resultaat: de dieren vertonen minder stress en meer natuurlijk gedrag, met een hogere weerstand als gevolg.

Concreet bestaat de stalvloer voor maximum de helft uit een roostervloer voor het opvangen van de mest. Op de rest van de vloer ligt strooisel om comfortabel in te liggen, te wroeten en te snuffelen – zo kan het varken zijn natuurlijke gedrag uiten. Het zachte stro draagt ook bij tot gezondere poten.

Vaak beschikt de stal over dakramen waardoor het daglicht binnenvalt. Het natuurlijke licht maakt de dieren binnen actiever.

Sommige biovarkenshouders gebruiken tegenwoordig een serrestal met een lichtdoorlatend dak zodat de dieren ook binnen het natuurlijk ritme van dag en nacht kunnen volgen.

Het goeie buitenleven

Ook buiten krijgt het biovarken voldoende plek om rond te lopen, te wroeten en te snuffelen. De buitenloop is meestal een omheinde buitenruimte, soms ook een weide of een bosje.
Dankzij deze comfortabele leefomgeving zijn de varkens rustig en tevreden. Doordat ze veel in de buitenlucht komen, kunnen ze hun lichaamstemperatuur beter regelen en hebben ze minder last van hittestress.

Opgroeiende varkens kunnen vrij naar buiten

Het leven van een biomoeder

Biozeugen, de (zeer waardevolle) moederdieren, leven ook in groep samen behalve als ze biggetjes hebben geworpen -- dan krijgen ze een individuele box of hok met meer ruimte (7,5 m²) waar ze hun biggetjes rustig kunnen voeden.
Biobiggen krijgen de tijd om bij hun moeder te drinken. Na 40 dagen zijn ze voldoende in staat om plantaardig voer te beginnen verteren.

Biozeugen krijgen voldoende ruimte om comfortabel hun biggen te zogen - (c) VLAM

Als de boer voldoende grond heeft, leven de zeugen buiten in de weide waar ze beschikken over een eigen hok, de zgn. ‘piglo’. Soms worden de zeugen extra verwend met modderplekken in de wei voor een fijn modderbad. Zo voelt het dier zich helemaal in haar sas!

Moeder de zeug bij haar privéhuisje, de 'piglo' (@bioboerderij van René Verachtert) (c)VLAM