Biologische veehouders hanteren een diervriendelijke aanpak. Een biovarken heeft recht op voldoende comfort en ruimte. Buiten krijgt het voldoende ruimte om rond te lopen en te snuffelen. Binnen ligt er strooisel om fijn in te wroeten.

Sterke rassen

  • De bioveeteler kiest om te beginnen robuuste rassen die zich goed kunnen aanpassen aan de lokale omstandigheden en die bestand zijn tegen ziektes. Dit kunnen de klassiek gebruikte rassen zijn zoals het Belgisch Landras, hybride rassen of de Piétrain, maar ook andere rassen zoals het Mangalica varken komen voor.
  • Ook sociale varkens die weinig stressgevoelig en weinig agressief zijn, zijn geliefd. Op die manier kan de varkenshouder spanningen - en dus ook verwondingen - in de groep vermijden.

Comfortabele stal

  • Varkens zijn echte groepsdieren dus ze huizen gezellig samen in een ruime, goed geventileerde stal. De biowetgeving bepaalt precies op hoeveel ruimte een biovarken minimaal recht heeft. Een jong varken (minder dan 50 kg) krijgt minstens 0,8 m² ruimte, een volwassen slachtvarken (meer dan 110kg) krijgt minstens 1,5 m² ruimte in de stal.
  • Voldoende ruimte heeft een positief resultaat: de dieren vertonen minder stress en meer natuurlijk gedrag, met een hogere weerstand als gevolg. Ook qua welzijn is dit een troef: de varkens krijgen voldoende ruimte om hun natuurlijk gedrag te vertonen: liggen, zich omdraaien, wroeten, zich verzorgen, enz.
  • Concreet bestaat de stalvloer voor maximaal de helft uit een roostervloer voor het opvangen van de mest. Op de rest van de vloer ligt strooisel om in te liggen, te wroeten en te snuffelen. Het zachte stro draagt ook bij tot gezondere poten.
  • Sommige biovarkenshouders gebruiken tegenwoordig een serrestal met een lichtdoorlatend dak zodat de dieren ook binnen het natuurlijk ritme van dag en nacht kunnen volgen.
Vinnige biggetjes op de wei bij De Steenovens - (c) VLAM

Het goeie buitenleven

  • Vrije uitloop is wettelijk verplicht in bio, dus ook voor varkens, en dat is toch wel uniek. Het biovarken mag dus vrij naar buiten en krijgt daar voldoende ruimte om rond te lopen, te wroeten en te snuffelen.
  • De buitenloop is meestal een omheinde buitenruimte, soms ook een weide of een bosje. Dankzij deze comfortabele leefomgeving zijn de varkens rustig en tevreden -- staartbijten komt dus zelden voor.
  • Doordat ze veel in de buitenlucht komen, kunnen ze hun lichaamstemperatuur beter regelen en hebben ze minder last van hittestress.

Mmm, biologisch voer

  • Een biovarken krijgt dagelijks een portie biovoeder dat vooral bestaat uit granen.
  • Dit wordt eventueel aangevuld met ruwvoeder zoals gras-klaver of luzerne.
  • Ten minste 20% hiervan moet de veehouder zelf telen of aankopen binnen de regio. Het biovoer is uiteraard geteeld volgens de biologische regels, dus zonder ggo’s, chemische gewasbescherming en kunstmest.
  • Varkens worden vaak ook gevoed met biologische reststromen, zoals wei, een restproduct van de kaasmakerij.

Wonen in een piglo

  • In bio is de voortplanting gebaseerd op natuurlijke methoden, hoewel kunstmatige inseminatie wel is toegestaan. De varkensboer mag de voortplanting van dieren niet stimuleren, of de bronst (paardrift) van de zeugen beïnvloeden met hormonen.
  • Als biozeugen hun biggetjes gaan werpen, krijgen ze een individuele box of hok met veel ruimte (7,5 m²) waar ze hun biggetjes rustig kunnen voeden en waar ze kunnen opstaan en vrij rondlopen.
    Zeugen krijgen een comfortabele ruimte om hun biggen te zogen
  • Biobiggen krijgen ruim de tijd om bij hun moeder te drinken. Na de geboorte drinken de biologische biggen minstens 40 dagen moedermelk. Daarna zijn ze voldoende in staat om met plantaardig voer te beginnen. Vaak worden ze vanaf de vierde week bijgevoerd met biologische melkkorrel.
  • Bij sommige biovarkenshouders beschikken de zeugen in de weide over een eigen hok, de zgn. ‘piglo’ (zie foto).
    Een tevreden biozeug bij haar eigen 'piglo' bij De Steenovens - (c) VLAM

Wat bij een ziek biovarken?

  • In de biologische veehouderij wordt veel aandacht besteed aan ziektepreventie - als de boer kiest voor een sterk ras, zijn er meestal minder ziektes .
  • Als een dier toch ziek wordt, zal de dierenarts de meest passende geneesmiddelen voorschrijven - bij voorkeur zijn dat homeopathische of fytotherapeutische (kruiden en planten) middelen, of sporenelementen, vitaminen of mineralen.
  • Is er geen andere oplossing om het dier te helpen, dan mag de dierenarts klassieke geneesmiddelen voorschrijven, waaronder antibiotica. In dat geval moet de boer een dubbele wachttijd respecteren (t.o.v. in gangbaar) voordat hij het behandelde varken als ‘biologisch’ mag verkopen. Zo ben je als consument zeker dat er geen residuen van die medicatie in het biovlees op je bord terecht komen.

Biocontrole garandeert biokwaliteit

Alle voorschriften van de biowetgeving met betrekking tot de biovarkenshouderij worden gecontroleerd door een onafhankelijke erkende biocontrole-organisatie, en dat in alle schakels van de keten. Voor varkens betekent dit een controle bij de varkenshouder, de voederleverancier, de transporteur, het slachthuis, het bedrijf dat het vlees verwerkt of verpakt, de distributeur én het verkooppunt.

Een biocontroleur neemt ter controle een monster van varkensvoeders - (c) VLAM

Hoe herken je biovarkensvlees?

Proef ook eens een stukje smakelijk biovarkensvlees! Je herkent het aan het bekende EU-biologo en door de wettelijk beschermde term ‘biologisch’.

EU-biologo

Meer weten?

-/-

Met dank aan Biomijnnatuur.be.