Artikel van

Bio is biologisch - of toch iets anders?
Als
Biolandbouw, biowinkel, biowetgeving, bioboer: deze begrippen kom je op deze website frequent tegen. Maar wat met ‘biologische bestrijding’, ‘biologisch afbreekbaar’, ‘bio-economie’, 'biokatoen', ‘bio-industrie’ of ‘biobrandstoffen’ – verwijzen deze termen ook allemaal naar 'biologisch geteeld'? Nee, veel woorden met ‘bio’ verwijzen niet per definitie naar de biologische landbouw. Geen wonder dat dit verwarring creëert...
Bio = voeding
Sinds de Europese wetgeving in 1991 voor het eerst vastlegde wat de biologische aanpak juist inhoudt, zijn ‘biologisch’ en ‘bio’ een wettelijk beschermd begrip voor voedingsproducten. Alleen een bedrijf dat officieel gecertificeerd is voor bio, mag die term gebruiken op zijn producten.
Voor iedere Europese taal werd vastgelegd welke term beschermd is. In het Nederlands is dat ‘biologisch’, in het Frans ‘biologique’, in het Engels hebben ze het over ‘organic’ en in het Spaans vind je vaak ‘ecológico’. Ook de afleidingen ‘bio’ en ‘eco’ zijn in de hele Europese Unie beschermd als ze verwijzen naar een voedingsproduct dat via de biologische landbouw of productie tot stand is gekomen.
De verwarring ontward
Nu het duidelijk is wat 'bio' is, wat betekenen die andere ‘bio’-termen dan? Hierbij een aantal termen die je regelmatig tegenkomt:
Biologische bestrijding?
‘Biologische bestrijding’ betekent dat schadelijke beestjes (plagen) in de land- en tuinbouw door een natuurlijke vijand van de boosdoener worden bestreden. Zo kan een fruitteler lieveheersbeestjes uitzetten om luizen op te eten, of roofmijten om de rode spint te overwinnen.
Deze praktijk wordt in de biologische landbouw volop gebruikt, met name omdat chemische pesticiden in bio verboden zijn. Maar ook niet-biologische telers gebruiken deze techniek meer en meer. Daarom overstijgt biologische bestrijding de wereld van de biolandbouw.
Biologisch afbreekbaar?
‘Biologisch afbreekbaar’ heeft te maken met verpakkingsmaterialen. Bij een biologisch afbreekbare verpakking moet 50% van het gehalte aan droge stof van het materiaal bestaan uit organisch materiaal. Er geldt ook een beperking op zware metalen en andere gevaarlijke stoffen. Als iets biologisch afbreekbaar is, kan het worden afgebroken door micro-organismen.

Bio-economie?
De bio-economie (in het Engels: biobased economy) verwijst naar een economie die organisch materiaal - van plantaardige of dierlijke herkomst – gebruikt voor toepassingen die niet met voedsel te maken hebben.
Denk aan biologisch afbreekbare zakjes van aardappelzetmeel, of aan biodiesel, een brandstof gemaakt van plantaardige olie of dierlijk vet. Het voorvoegsel ‘bio-‘ verwijst dus naar hun plantaardige of dierlijke herkomst.
Biokatoen?
De kledingsector springt graag mee op de kar van het succes van bio. Kleding wordt soms gepromoot als eerlijk, duurzaam, en gemaakt met biologische katoen of wol. Maar stof en kleding zijn geen levensmiddelen, dus ze vallen buiten het domein van de Europese biowetgeving (die alleen over voeding gaat).
Maar wol of katoen is toch een primair landbouwproduct? Dat klopt, maar de biocontrole stopt na de oogst van de producten. Over het schoonmaken, kaarden of kleuren krijg je geen garanties, want dat kan nooit biologisch zijn. Kortom, als je de term ‘bio’ bij niet-voedingswaren tegenkomt, weet je dat er geen enkele garantie tegenover staat.

Bio-industrie?
Bio-industrie is een redelijk verwarrende term omdat ‘bio’ hier compleet niét naar de biologische landbouw verwijst. Bio-industrie is letterlijk de 'industrie van levend goed': hiermee wordt de intensieve vee-industrie bedoeld die dierlijke producten (melk, vlees) produceert met de hoogst mogelijke efficiëntie.
De biologische veehouderij daarentegen is extensief: op de weide en in de stal krijgen de dieren meer ruimte, en de dieren krijgen ook (grotendeels lokaal geteeld) biologisch voeder. Het verschil zit dus vooral in de hoeveelheid dieren per oppervlakte en de manier van verzorgen.

Biobrandstof?
Dat is geen biologische benzine maar wel brandstof gemaakt uit biomassa, materiaal van plantaardige of dierlijke herkomst. Een bekend voorbeeld is biodiesel: het wordt gemaakt van plantaardige of dierlijke oliën en vetten. Er bestaat ook bio-ethanol, biogas en biobutanol.
Wanneer biomassa als energiebron wordt gebruikt, is dat hernieuwbare energie. De biomassa groeit immers weer terug. Bij verbranding van biomassa komt CO2 vrij, maar planten en bomen nemen tijdens hun groei deze CO2 weer op.
Conclusie
In de context van voeding betekent ‘bio’ dat je voeding geproduceerd is volgens strikte Europese richtlijnen en dat de producent gecertificeerd is voor de productie van bio. Zie je het Europese biologo op een product, dan weet je dat het 100% biologisch is.

Gaat het niet over voeding, dan dubbelcheck je best even over welk aspect van ‘bio’ het juist gaat!
Lees meer over
Ook interessant voor jou
Wist je dat bioboerderijen 30% meer vogels en insecten aantrekken en dat biodieren ook biologisch eten? Vier coole weetjes over bio!
Wie lekker en gezond wil eten, vindt in bio een heel divers aanbod. Door bio te eten maak je een positieve impact, want goed eten is goed leven.
Waaraan herken je biologische chocolade? Aan het biologo natuurlijk! Koen Klingele produceert kwalitatieve, eerlijke biologische chocolade, ook voor Sinterklaas.


