Artikel van

Bioboerderij De Vleterbeek positief over weidehut voor zeugen en biggen
Boer José Metsu van Bioboerderij De Vleterbeek zette de stap naar bio in 2019. Zijn biovarkens hebben sowieso een buitenloop, maar nu gaat hij een stap verder met een verplaatsbare buitenhut in de wei. “Had ik het eerder geweten, dan zou ik er veel eerder mee begonnen zijn!" Goed voor een nominatie voor de BioVLAM 2024 (*).
Bioboerderij De Vleterbeek in Poperinge is een gemengd biologisch landbouwbedrijf waar - natuurlijk - de Vleterbeek langs kabbelt. José Metsu (54) is al de vierde generatie aan het werk op deze boerderij, en een van amper tien biologische varkensboeren in Vlaanderen. Hij heeft ongeveer 100 zeugen en 900 biggen en mestvarkens. Met een verrijdbare buitenhut in de wei waagt Metsu zijn kans voor de BioVLAM 2024, en hij werd genomineerd!
Dierenwelzijn bevorderen met buitenhut
Wat is het doel van zo'n buitenhut? Metsu vertelt: “Via vakvereniging BioForum kreeg ik de kans om deel te nemen aan het Europese PPILOW-project (**). Dat onderzoekt hoe het dierenwelzijn voor biologische kippen en varkens verbeterd kan worden. Dierenwelzijn is immers zeer belangrijk in bioveeteelt. Het doel is om het natuurlijke gedrag van de dieren te bevorderen en hun gezondheid en veerkracht te verbeteren.”
“Concreet staan er nu buitenhutten voor varkens in vier landen. Ik heb één buitenhut op een weideperceel, waarin twee zeugen en hun biggen ieder een eigen deel hebben om te liggen en te slapen op stro. Ze kunnen ieder moment vrij naar de weide om te grazen of te spelen.”
De bestaande kraamhutten zijn vaak klein en kunnen zo stress veroorzaken bij de dieren. Vaak sterven er biggen omdat de moederzeug soms onbedoeld op haar biggen gaat liggen. In de innovatieve buitenhut hebben de biggen een aparte, warme kruipruimte waar ze veilig zijn voor zo'n ongelukken. Ze zoeken er de warmte op en lopen geen risico om per ongeluk geplet te worden door hun moeder. Door de grotere ruimte kan de zeug meer natuurlijk moedergedrag vertonen en beter contact leggen met haar biggen.
Met eigen ogen
Waar komt die buitenhut vandaan? “Een Deense firma is de mobiele hut hier in oktober 2023 komen opbouwen, en ze gaven me uitleg hoe alles werkte en hoe ik hem kon verplaatsen. Dat gaat vrij eenvoudig, met een tractor kan ik hem naar een ander perceel verrijden”.
“De buitenhut is echt positief voor de dieren: de jonge biggen blijven warm in een hoekje met een warmtelamp, en de zeugen zijn minder nerveus. Ze liggen tegen de muur of een stang om te vermijden dat ze per ongeluk op een biggetje gaan liggen. En zowel de zeugen als de biggetjes vinden het fijn om buiten op de wei te kunnen lopen en gras te kunnen eten.”

Hoe evalueert Metsu de buitenhut tot nu toe? “Ik ben er heel tevreden over, het is aangenaam werken, ik kan er gewoon in rechtstaan. Er hangen thermometers die de binnen- en buitentemperatuur meten. Die waarden stuur ik door naar het onderzoekscentrum.”
Op wieltjes
De kleine varkentjes blijven bijna twee maand in de buitenhut. Metsu geeft uitleg: “Na zeven weken worden de varkentjes gespeend, dan gaan ze weg van de moeder en krijgen ze geen moedermelk meer. Ze moeten sterk genoeg zijn en voldoende vast voedsel kunnen eten om dat te kunnen overleven. Ze verhuizen naar een stal met stro en betonnen buitenloop, waar ze vetgemest worden.”
“Daarna steek ik de wielen onder de buitenhut en verplaats hem naar een ander weideperceel met vers gras. Op die manier roteert de buitenhut ongeveer om de twee maanden. Er komen twee nieuwe drachtige zeugen in, die er hun biggen gaan werpen."
De buitenhut heeft geen bodem, de varkens leven er op stro op de grond. "Na zeven weken blijft er een laag stro en mest achter, waar we de bovenste laag van afscheppen, dat is een super product!"

Fenomenaal
De biggetjes zijn duidelijk in hun nopjes met de wei. Eten varkens gras? “Inderdaad! Een Deense studie toont aan dat de vleeskwaliteit verhoogt als je varkens gras laat eten,” legt de bioveeboer uit. “In gras zit enorm veel eiwit. Op deze manier kun je de overzeese teelt van soja reduceren, en dat is positief voor het milieu.”
Daarnaast krijgen de varkens granen te eten: “We hebben gelukkig grond om onze eigen granen voor het voeder grotendeels zelf te telen: triticale-erwten, gerst en mais. Ik kan de granen ook zelf vermalen met een handige machine. De rest koop ik lokaal. Daardoor krijgt het vlees een unieke smaak.”
Metsu is nog steeds onder de indruk van zijn bezoek aan een Deense varkensboer die maar liefst vijftig buitenhutten heeft, telkens met vier zeugen: “Dat was fenomenaal om te zien. Ik heb er veel bijgeleerd.” Het PPILOW-project werd afgerond in juni, maar hij mag de hut houden: “Als ze me vragen om het onderzoek voort te zetten, doe ik zeker mee!”
"Had ik het eerder geweten, dan zou ik er veel eerder mee begonnen zijn! Veel makkelijker, minder investeringen én beter voor de dieren.” - José Metsu
Tussen de dieren
De Vleterbeek houdt duurzaamheid hoog in het vaandel: “Onze filosofie is om zoveel mogelijk de kringlopen te sluiten: we werken met eigen voeders en eigen gekweekte (moeder)dieren, we hebben een windmolen die elektriciteit produceert en de mest gebruiken we zoveel mogelijk voor onze eigen granenteelt.”
Aan wie verkoopt Metsu zijn biovlees? “Het grootste deel gaat naar een vaste afnemer en naar Delhaize, maar het vlees van deze buitenvarkens verkopen we zelf via hoeveverkoop. Op anderhalf jaar hebben we al 150 klanten! Dat geeft enorm veel voldoening.”
Metsu verpakt zelf het vlees voor eigen verkoop: “Dat doe ik om de controle te houden. Het is iets duurder. Maar je krijgt waar voor je geld: kwaliteitsvol vlees, geteeld met respect voor het dier."
"Bioveeteelt vraagt veel meer werk, zoals de mest uit de stallen halen. Ik kan niet zoveel dieren houden, maar ik heb wel meer overzicht. Ik kan nu tussen de dieren wandelen, ze komen naar me toe! Voordien had je dat niet.”
Eigen ogen
José Metsu mijmert: “Eigenlijk is het mijn kindertijd die terugkomt. Vroeger hielp ik mijn ouders vaak, en álle varkens liepen toen in de weide. Maar de tijden veranderen. Als je zo’n weidesysteem wil opschalen, dan heb je gewoon meer grond nodig. En dat is er niet zomaar, ook nu niet.”
“Mijn klanten zien nu met eigen ogen hoe de dieren genieten van het buitenleven. Want het leven in de buitenhut gaat natuurlijk veel verder dan een buitenloop bij de stallen.”
Hij concludeert: “Had ik het eerder geweten, dan zou ik er veel eerder mee begonnen zijn! Veel makkelijker, minder investeringen én beter voor de dieren.”
Overstap naar bio
Hoe kwam José Metsu eigenlijk in de biologische veeteelt terecht? “Ik was altijd bezig met biggen ter wereld laten komen en ze grootbrengen, een moeilijke fase. Toen gaf iemand mij de raad om het aantal te verdubbelen, om een betere meerprijs te krijgen. Maar dat zag ik niet zitten. Toen heb ik besloten: het moet anders. En in 2019 werd de boerderij biologisch. Het is wel meer werk maar het is gelukkiger werken.”
o § o § o
(*) De BioVLAM?
De BioVLAM zoekt ieder jaar een gepassioneerde en toonaangevende bio-ondernemer met een vernieuwende kijk op product(ie) of proces in de biosector. Alle biobedrijven in Vlaanderen kunnen zich aanmelden. De laureaat wordt in september gekozen uit vijf door de vakjury genomineerde bedrijven.
(**) Het Europese PPILOW-project staat voor ‘Poultry and Pig Low-input and Organic production systems' Welfare’. Meer info.
Lees meer over
Ook interessant voor jou
Ontdek hoe de biolandbouw voor het dierenwelzijn zorgt: met biologisch voeder, ruimte binnen en buiten om hun natuurlijke gedrag te uiten en een natuurlijk leven.
In de winkel betaal je soms meer voor bioproducten dan voor niet-bio producten. Waaraan ligt dat juist, en waarom is bio elke euro waard?
Wist je dat een bioveehouder minder dieren per hectare houdt? Zo voorkomt hij overbegrazing, het vertrappelen van de bodem, bodemerosie en vervuiling. Want mest is rijk aan stikstof en te veel stikstof belast het milieu.

