
De Europese biowetgeving verzekert de betrouwbaarheid van biologische producten
Hoe weet een bioboer hoeveel ruimte biokippen minimaal moeten krijgen, of wat hij mag gebruiken om teelten te bemesten? De antwoorden staan in de Europese biowetgeving. Waarom is die biowetgeving belangrijk en wat staat er eigenlijk in?
Het 'wetboek' van bio
Vanaf het zaaien van groentezaden tot het bereiden van spaghettisaus: bij alles wat een bio-ondernemer doet, moeten de voorschriften van de Europese biowetgeving worden gevolgd.
Deze biowetgeving legt alle regels voor bio in Europa vast, niet alleen voor de landbouw en veeteelt maar ook voor het transport, de verwerking, de verkoop en de import van biologische producten. De regels omschrijven bijvoorbeeld nauwkeurig hoeveel vierkante meter een biokoe ter beschikking krijgt, welke middelen een boer mag gebruiken bij een ziek gewas, of wat er precies op een bio-etiket moet staan.
De wetgeving werd door het Europees Parlement en de Raad vastgelegd, en verder uitgewerkt en bijgeschaafd (d.m.v. verordeningen) door de Europese Commissie. De allereerste versie verscheen in 1991, de laatste aanpassing (via een verordening) dateert van 2022. Samen vormen deze documenten het lastenboek van bio - wij noemen het gemakshalve de ‘Europese biowetgeving’.
Het doel van de biowetgeving is om de kwaliteit, de veiligheid en de betrouwbaarheid van biologische producten te garanderen.
Waarom een biowetgeving?
Biologische producten vereisen een andere aanpak dan de standaard landbouw- en verwerkingsmethodes voor voeding. Het uiteindelijke doel van de Europese biowetgeving is om de kwaliteit, de veiligheid en de betrouwbaarheid van biologische producten te garanderen. Dankzij de biowetgeving weet je dat het bioproduct dat je koopt alle regels heeft gevolgd. Het Europese biolabel op het product is daarvan het bewijs. Dus als je een product koopt met dit biolabel, kan je er zeker van zijn dat dit product biologisch is!
We zoomen in op drie belangrijke aspecten van de bioregelgeving:
- De biowetgeving verbiedt kunstmest;
- De biowetgeving staat chemisch-synthetische gewasbescherming niet toe;
- De biowetgeving geeft dieren de kans om natuurlijk gedrag te ontplooien.
1. Bio zet in op natuurlijke bemesting

Als er één belangrijke regel is in bio dan is het wel deze: ervoor zorgen dat de bodem vruchtbaar blijft en voldoende nuttig bodemleven bevat. Biolandbouw werkt zoveel mogelijk samen met de natuur en wil het ecosysteem in stand houden. Een belangrijke opdracht is om de bodemvruchtbaarheid op peil te houden. Met dierlijke stalmest of natuurlijke compost wordt de bodem rijkelijk gevoed waardoor die weer kracht krijgt voor een nieuwe teelt.
Dierlijke mest stimuleert in de eerste plaats het bodemleven (insecten, wormen, enz.). Compost is bij toepassing al verwerkt tot een kruimelig materiaal dat organische stof bevat, dit verbetert direct de bodemstructuur. Door toedienen van natuurlijke bemesting blijven de bodems los en luchtig en houden ze vocht en voedingsstoffen beter vast, waardoor er minder snel droogteproblemen optreden.
De biowetgeving verbiedt het gebruik van chemisch-synthetische kunstmeststoffen in bio, want die voeden uitsluitend de plant en niet het bodemleven. Bovendien verstoren ze het bodemleven in plaats van het te verbeteren, waardoor de bodemgezondheid op termijn afneemt.
Wist je dat het krioelt van het leven in zo’n bodem? Insecten, schimmels en bacteriën recycleren allerlei nuttige plantaardige voedingsstoffen. Dankzij de verdere vertering van deze stoffen wordt de bodemvruchtbaarheid verbeterd. De soms piepkleine organismes in de bodem helpen ook om ziektes en plagen bij planten te beheersen of te voorkomen. Tot slot helpen ze om de wortelsystemen van planten te versterken en te onderhouden. Zo draagt een gezonde bodem bij aan het voorkomen of inperken van ziektes en plagen.
2. Bio doet het zonder chemisch-synthetische gewasbescherming

Net als een niet-biologisch gewas trekt ook een biologisch geteeld gewas allerlei schadelijke insecten en plagen aan. Aardappelen hebben bijvoorbeeld vaak last van de schimmelplaag Phytophthora infestans, én hun blaadjes worden opgegeten door de Coloradokever. Hoe pak je zo’n lastige schimmels of insectenplagen in bio aan? Hoe ga je je gewas beschermen?
Gewasbescherming zijn producten die insecten, schimmels en onkruid aanpakken. De Europese biowetgeving stelt het heel duidelijk: chemisch-synthetische gewasbescherming is verboden in de bioteelt. Kunststoffen horen sowieso niet thuis op een biologisch veld. ‘Chemisch-synthetische’ of ‘gesynthetiseerde’ middelen duiden middelen aan die kunstmatig, uit andere chemische verbindingen, door de mens ontwikkeld zijn. De biowetgeving verbiedt het gebruik van deze stoffen.
Wat doet bio dan wel? Een bioboer focust allereerst op preventie van plagen en ziektes. De bioboer doet dat door te zorgen voor een gezonde, levende bodem, en kiest voor robuuste gewassen, teeltrotatie, en voldoende natuurlijke bemesting.
Robuust plantgoed is belangrijk, want robuuste planten kunnen plagen op eigen krachten weerstaan: ze hebben een grotere weerstand tegen ziekten en plagen dankzij een stevigere buitenwand van de plant of dankzij natuurlijke afweerstoffen in de plant waardoor ziekten en plagen minder kans krijgen. Zo worden er in Vlaanderen alleen nog robuuste aardappelsoorten geteeld in bio. Deze rassen hebben een grote weerstand tegen de Phytophthora-schimmel, en overleven beter bij hitte of droogte. Ze zijn de sleutel om de aardappelteelt duurzamer en veerkrachtiger te maken.
Duikt er een insectenplaag op, dan plaatst de bioboer vaak een insectengaas over de teelt. Een andere optie is om natuurlijke vijanden in te zetten tegen de indringers: de boer kan deze nuttige insecten aantrekken of kopen om in te zetten tegen de vijandige insecten. Zo worden lieveheersbeestjes vaak ingezet om bladluizen te eten.
Als gewassen toch ziektes krijgen, bijvoorbeeld schimmels, kan de bioboer een beroep doen op een beperkte reeks biologisch erkende gewasbeschermingsmiddelen, die vooral gebaseerd zijn op natuurlijke ingrediënten (van dierlijke of plantaardige oorsprong). Deze middelen zijn alleen toegelaten in bio als de actieve stof ervan in de natuur voorkomt. Hierop worden biotelers streng gecontroleerd bij hun jaarlijkse controle.
3. Bio stimuleert het natuurlijke gedrag van dieren

De biowetgeving besteedt speciale aandacht aan de gezondheid en het welzijn van (pluim)vee. Zo krijgen biodieren vaak meer tijd om te groeien en leven ze gemiddeld langer dan niet-biodieren. De bio(pluim)veeboer houdt de dieren zo gezond mogelijk met biologisch voeder, frisse buitenlucht, genoeg leefruimte en zo weinig mogelijk medische ingrepen of medicatie. Zo krijgen de dieren geen preventieve antibiotica, bevallen biologische koeien doorgaans zonder keizersnee, de snavel van kippen wordt niet gekapt en varkens mogen hun krulstaart behouden.
Hoe komt dat? Dit heeft te maken met een specifiek onderdeel van de biowetgeving dat stelt dat dat (pluim)vee zijn eigen natuurlijke gedrag mag uiten. Daarvoor zijn er allerlei regels over de leefomstandigheden van de dieren: de minimale leefoppervlakte is zowel binnen als buiten per dier nauwkeurig vastgelegd om voldoende comfort te garanderen. Biovarkens en biokippen kunnen ieder dag vrij naar buiten in hun buitenloop, en zodra het kan in de lente lopen biorunderen en melkkoeien in de wei om te grazen. In de stal ligt minstens de helft bedekt met stro, zodat de dieren een schone en droge ruimte hebben waar ze comfortabel kunnen staan, liggen, zich omdraaien, wroeten en snuffelen. Zo kunnen de dieren zichzelf verzorgen en bewegen ze op natuurlijke wijze. Dit levert een positief resultaat op: de dieren vertonen minder stress en agressie en meer natuurlijk gedrag, waardoor ze een hogere weerstand hebben.
Een paar concrete voorbeelden: biologische biggen blijven langer bij hun moeder en groeien dus op met moedermelk. Als ze groter worden, krijgen ze meer ruimte. Uniek is bovendien dat ze naar een buitenloop kunnen om te rennen, te snuffelen en te wroeten. Ook biokippen (zowel vlees- als legkippen) kunnen iedere dag vrij naar buiten. Een kip is een bosvogel, dus ze scharrelt graag onder bomen en struiken, die geven haar ook beschutting tegen zon, regen en roofdieren. Doordat ze vrij naar buiten kunnen, zijn de dieren rustig en gaan ze niet verenpikken of staartbijten.
De biowetgeving staat garant!
Conclusie? De Europese biowetgeving zet in op een natuurlijke bemesting en weert daarbij alle chemisch-synthetische producten. Qua gewasbescherming zijn er in bio verschillende technieken om plagen en ziektes te onderdrukken, maar in ieder geval níet met chemisch-synthetische gewasbescherming. De biowetgeving maakt zich ook sterk om het natuurlijke gedrag van dieren te stimuleren, en dat verhoogt het welzijn van de dieren aanzienlijk.
Kortom, de regels van de biowetgeving zorgen ervoor dat je met bioproducten kwaliteit koopt en eet. Het Europese biologo wijst je de weg.

o § o § o
Meer weten?
- Meer info over de Europese biowetgeving en over biolandbouw vind je bij het Vlaamse Agentschap Landbouw & Zeevisserij:
- Over biologische landbouw
- Over biologische productie. - Wil je meer weten over de controle op bio, bekijk dan de filmpjes bij Hoe gebeurt de controle van de biologische groenteteelt? of Bio, wordt daar niet mee gesjoemeld?
Lees meer over
Ook interessant voor jou
Ontdek hoe de biolandbouw voor het dierenwelzijn zorgt: met biologisch voeder, ruimte binnen en buiten om hun natuurlijke gedrag te uiten en een natuurlijk leven.
Wist je dat bioboerderijen 30% meer vogels en insecten aantrekken en dat biodieren ook biologisch eten? Vier coole weetjes over bio!
In de winkel betaal je soms meer voor bioproducten dan voor niet-bio producten. Waaraan ligt dat juist, en waarom is bio elke euro waard?

