Hoofdafbeelding van het artikel

Waarom de biowetgeving geen ggo’s toelaat

Goed voor het milieu

Genetisch gemodificeerde organismen zouden de kwaliteit en de opbrengst van gewassen aanzienlijk verbeteren. Maar in bio is het gebruik van zulke organismes niet toegelaten. Waarom kiest de biosector daarvoor? 

Wat zijn ggo’s?

De mens is al eeuwen bezig om gewassen te verbeteren door planten met goede eigenschappen te kruisen en de beste nakomelingen te selecteren. Dankzij deze plantenveredeling veranderen er op natuurlijke wijze elementen in het DNA van de plant. Want niet alleen mensen bezitten DNA: alle natuurlijke elementen bevatten DNA. DNA is het moleculensysteem met de unieke genetische code van een organisme, en vormt de basis van erfelijkheid.

In de jaren 1970 werd een nieuwe stap gezet: men begon met ‘genetische engineering’ om nieuwe eigenschappen in micro-organismen en planten in te brengen via wijzigingen aan het DNA. Een genetisch gemodificeerd organisme of een ggo ('gmo' in het Engels) is dus een organisme, bijvoorbeeld een plant, waarvan de mens de genetische code gericht aanpast. Als je de genetische code ziet als een encyclopedie, dan pas je die code aan door bepaalde letters in een woord te veranderen.  

Waarom gebeurt dat? Het doel van ggo’s in de landbouw is om het organisme een nieuwe of aangepaste eigenschap te geven. Bij planten zorgt een genetische aanpassing er bijvoorbeeld voor dat gewassen een hogere weerbaarheid tegen plagen krijgen, of het maakt gewassen resistent tegen herbicides en insecticides, tegen warmte of droogte. Ook zou een ggo-gewas een hogere opbrengst per hectare kunnen leveren (maar dat is nog niet wetenschappelijk bewezen).

Ggo’s zijn zeer strikt gereglementeerd: voordat een genetisch gemanipuleerd product op de EU-markt wordt gebracht, doorloopt het een goedkeuringsprocedure die de impact op de veiligheid van mens, dier en leefmilieu zorgvuldig evalueert.  

123rf scientist.jpg
Een wetenschapper bekijkt een plantje - (c) 123rf

Bio zegt 'njet'

Maar hoe ziet de biolandbouw ggo’s? Bio heeft een duidelijk standpunt: het zegt njet tegen ggo's. De Europese biowetgeving – die alle regels voor de bioproductie vastlegt – houdt de deur dicht voor ggo’s, niet alleen in Europa maar ook wereldwijd. De biowetgeving stelt dat ggo’s niet verenigbaar zijn met de uitgangspunten van de biologische landbouw, die het milieu en de natuur respecteren en ondersteunen. 

Dit betekent dat bio geen genetisch gemodificeerde gewassen of producten gebruikt die gemaakt zijn met of door ggo’s. Ook afgeleide producten met ggo's (bv. enzymen voor de productie van kaas) worden in bio niet gebruikt. En biodieren mogen niet met genetisch gemodificeerd voedsel gevoederd worden.

'Better safe than sorry'

Waarom vindt bio dit? De biosector hecht veel belang aan het voorzorgsprincipe. Bij twijfel of onduidelijkheid over de risico’s, geeft bio altijd prioriteit aan volksgezondheid en milieu: better safe than sorry, of beter voorkomen dan genezen! Bio gaat immers erg voorzichtig om met de mogelijke risico’s van nieuwe technologieën en acht het niet bewezen dat ggo-gewassen meer opbrengen of veilig zijn voor het gewas zelf, voor de natuur en voor de mens. Mogelijk zijn er onbedoelde effecten en gezondheidsrisico’s aan ggo’s verbonden, die nog niet in kaart werden gebracht. 

Andere argumenten tegen het gebruik van ggo’s zijn dat ze leiden tot monocultuur en verarming van de biodiversiteit, of net tot een hoger gebruik van chemische pesticiden en herbiciden. 

Ook maken ggo-gewassen landbouwers afhankelijker van zadenproducenten: ggo-gewassen leveren geen levende zaden en kunnen daardoor niet herplant worden. Ggo-vrij zaad ontstaat door de klassieke manier van kruisen en selecteren. De planten uit dit zaad hebben zo goed als dezelfde eigenschappen als die van de ouders. Het voordeel is dat telers zelf de rassen kunnen vermeerderen, generatie op generatie. 

Kortom, voor biolandbouw vormen ggo's niet het juiste antwoord op het complexe vraagstuk van een eerlijke wereldvoedselproductie. Bovendien kunnen ggo's leiden tot een monopolie van chemie- en zaaizaadbedrijven die alle ggo-producten in handen hebben, en dat zou de vrijheid van zaadkeuze sterk beperken. 

Bloemenrand naast preiteelt bij Agrico, (c) VLAM, P. De Laet
Een bioveld in de zomer - (c) VLAM, P. De Laet

Info over ggo op het etiket

Hoe weet je eigenlijk of er ggo’s gebruikt zijn bij een product? In de etikettering van alle producten voor menselijke en dierlijke consumptie staat duidelijk vermeld of er ggo’s aanwezig zijn in het product of niet.  Dat is verplicht als een product voor meer dan 0,9 procent uit ggo’s bestaat.

Het Europese etiketteringssysteem garandeert je dus transparantie over de aanwezigheid van ggo's in elke stap van de keten. Die vermelding is ook van cruciaal belang voor de keuzevrijheid van veredelaars, boeren, verwerkers en consumenten die geen ggo's willen gebruiken.  

Gelukkig krijg je als consument altijd de vrijheid om een bewuste keuze te maken. Maar als je bio koopt, hoef je die keuze niet te maken: je kunt erop rekenen dat er in bio geen ggo’s worden gebruikt! 

o § o § o

Meer weten? 

Lees meer over de Europese biowetgeving in het menu Bio en de wet - daar staat alle info verzameld! 

Lees meer over

Ook interessant voor jou

Hoofdafbeelding van het gerelateerde artikel
Vier coole weetjes over bio

Wist je dat bioboerderijen 30% meer vogels en insecten aantrekken en dat biodieren ook biologisch eten? Vier coole weetjes over bio!

Hoofdafbeelding van het gerelateerde artikel
Waarom is bio elke euro waard? De feiten op een rij

In de winkel betaal je soms meer voor bioproducten dan voor niet-bio producten. Waaraan ligt dat juist, en waarom is bio elke euro waard?

Hoofdafbeelding van het gerelateerde artikel
Biowitloof: gezond, veelzijdig en altijd lekker

Van 1 tot 7 februari zet VLAM opnieuw witloof in de schijnwerpers met de vijfde Week van het Witloof. Ook biowitloof viert mee!