Biologische groenten zijn erg populair bij de Vlaamse consument. Samen met aardappelen en fruit nemen ze 42% van de aankopen van biologische verse voeding en dranken voor hun rekening. Tot de populairste biogroenten horen wortelen, tomaten, uien, paprika’s en courgettes.

Dat betekent ook dat heel wat boeren zich bezig houden met de biogroenteteelt. Bijna 30% van de biobedrijven zijn gespecialiseerd in groenten in openlucht. In het totaal wordt er in Vlaanderen op 11% van de beschikbare bioakkers aan groente-, aardappel en kruidenteelt gedaan. Hoe gaat dat concreet in z'n werk?

Vier groenten met een kleurtje

Vruchtbare, levende bodem

  • In bio begint alles bij een vruchtbare, levende bodem. Bio zet 100% in op de groeikracht en sterkte van de bodem. Daarom worden biogroenten en -kruiden altijd in volle grond geteeld, ook als de teelt in serres gebeurt. Hydrocultuur ga je niet vinden in bio (i.e. kweek in water met voedingsstoffen).
  • De bodem is van nature vruchtbaar en bio houdt dat zo veel mogelijk in stand met zorgvuldig beheer. De bioboer werkt dus voortdurend aan het bevorderen van het bodemleven.
  • Dat bodemleven bestaat letterlijk uit miljoenen piepkleine wezentjes, gaande van bacteriën en schimmels tot mijten, spinnen en regenwormen . Deze ‘beestjes’ beslaan gemiddeld 5 tot 15% van de organische stof in de bodem. Samen zorgen ze ervoor dat het voedsel uit mest en compost kan worden opgenomen door de planten. Daarnaast zullen ze ziekten en plagen onderdrukken.
  • Dankzij teeltrotatie wordt de vruchtbaarheid van de bodem gestimuleerd, en dat op een natuurlijke, duurzame manier. (lees meer over teeltrotatie verder)

Hoe worden de groenten geteeld?

  • Idealiter start de boer met biologisch zaaizaad of biologisch plantgoed. Er is echter niet steeds voldoende biologisch zaaizaad beschikbaar. In dat geval kan de boer een speciale toestemming vragen voor het gebruik van gangbaar zaaizaad voor bioteelt.
  • De keuze van robuust plantgoed is in bio erg belangrijk: sterke biologische plantenrassen moeten immers schimmel en ziektes beter de baas kunnen.
  • Biogroenten worden gevoed met dierlijke mest (van biodieren) en organische compost – zeker geen kunstmest dus. Na de oogst wordt meestal een groenbemester gezaaid (=groene planten als klaver, die na enige tijd wordt ondergeploegd om de bodemstructuur te verbeteren.
  • Teeltrotatie is de sleutel voor de biogroenteteelt. Biopercelen krijgen dan een aantal jaren na elkaar telkens een andere teelt. Zo’n rotatie of vruchtwisseling (bv. aardappelen > granen > erwten/bonen > (suiker)bieten > triticale (kruising tussen rogge en tarwe)) voorkomt uitputting van de grond, verbetert de vruchtbaarheid en de biologische activiteit van de bodem én bevordert de gezondheid van de planten. Ook voorkomt het dat bepaalde ziektes zich nestelen in de bodem en steeds weer hetzelfde gewas treffen.
  • Onkruid wordt in bio met verschillende soorten machines geschoffeld of omgewoeld. Soms wordt het ook weggebrand. De teler maakt sowieso geen gebruik van chemische herbicides.
  • Schadelijke insecten en mijten worden bestreden met netten of het inzetten van andere insecten of zelfs vogels. Lieveheersbeestjes, bijvoorbeeld, lusten heel graag bladluizen … Zo kunnen nuttige insecten de plant helpen om schadelijk ongedierte te bestrijden. Chemische pesticiden zijn uit den boze.
    Schoffelen gebeurt ook in bio met de modernste middelen - (c) VILT

Meer biodiversiteit

  • Biodiversiteit kun je definiëren als het aantal soorten dat voorkomt op het land, zowel planten als dieren.
  • Omdat bioboeren zorgvuldig omgaan met de natuur, zorgen voor bebloemde akkerranden én vaak meer gevarieerde rassen telen (met name rassen met een grotere natuurlijke ziekteresistentie), is er op biologische akkers maar liefst 30% meer biodiversiteit aanwezig.
  • Waarom is die biodiversiteit belangrijk? De bloemen, akkerkruiden en grassen in de akkerranden zorgen voor beschutting en voedsel voor akkervogels en stimuleren de aanwezigheid van insecten als lieveheersbeestjes, zweefvliegen en kevers, die op hun beurt als natuurlijke plaagbestrijders fungeren. Deze natuurlijke ‘vijanden’ (van schadelijke insecten) vinden er een gunstig microklimaat, beschutting in de winterperiode en alternatief voedsel. In het voorjaar, bij het opduiken van de eerste plagen, kunnen deze hulpinsecten het gewas intrekken en zich tegoed doen aan de eerste plaaginsecten. Op die manier kan een plotse, snelle uitbraak van een plaag worden voorkomen.

Lees hier meer over het hoe en waarom van biodiversiteit.

Weelderige akkerrand bij CSA Het Groentegenot

Hoe herken je biologische groenten?

Je herkent biologische groenten aan het bekende groene EU-biologo en door de wettelijk beschermde term ‘biologisch’. Tegenwoordig staat deze info soms zelfs ‘gestempeld’ op de groenten – zo wordt een aparte verpakking voor bioproducten overbodig.

Bij onverpakte biogroenten krijg je op de kistkaart meer info over het product, bv. van welk bedrijf het product afkomstig is.

Lees ook