Wist je dat ‘biologisch’ niet zomaar een term is die je naar believen op een product kan plakken? De term is wettelijk beschermd voor biologische voeding en primaire landbouwproducten (alsook veevoeder, zaaizaad en pootgoed) in heel Europa. Maar welke principes volgt bio precies?

Ken je deze basisprincipes van de biolandbouw al? - (c) VLAM

Een vruchtbare, levende bodem dankzij verplichte teeltrotatie

Een gezonde, veerkrachtige bodem is goud voor de bioboer! Daarom start alles in de biolandbouw bij een levende bodem die jaar na jaar vruchtbaar blijft. Een belangrijk principe hierbij is de verplichte teeltrotatie of vruchtwisseling, het jaarlijks afwisselen van de teelt op een stuk grond.

Dankzij de teeltrotatie ondersteunt de bioboer de draagkracht (het recuperatievermogen) van de bodem omdat die niet uitgeput wordt. Door niet ieder jaar dezelfde teelten op hetzelfde stuk grond te planten vinden de planten alle (sporen)elementen die ze nodig hebben en zijn ze sterker.

De gewasrotatie zorgt ook voor een goede bodemstructuur, onderdrukt onkruid en toomt ziektes in. Daardoor moet de boer minder ingrijpen met (in bio toegelaten) gewasbeschermingsmiddelen.

Geen kunstmest, alleen dierlijke mest en compost

De bodem is de schatkist van de bioboer, dus die wordt extra goed verzorgd. Want als de bodem uitgeput raakt, levert hij ook geen voedingsstoffen meer voor de teelten. De beste manier om de bodem vruchtbaar te houden is met natuurlijk organisch materiaal (bv. dierlijk stalmest) of compost (gewasresten die zijn omgezet in humus). Zo wordt de veerkracht van het ecosysteem versterkt.

Compost blijkt bovendien de ideale bodemverbeteraar te zijn – het helpt om water door te laten en om bodemerosie te voorkomen, en zorgt voor meer regenwormen. Door het ‘afval’ van dieren en planten tot grondstof te recycleren, maakt de bioboer de kringloop rond.

(Pluim)vee kan vrij naar buiten om te wroeten, te scharrelen of te grazen

Voor de biologische (pluim)veeteelt zijn er strikte regels voor de leefomstandigheden van de dieren. Biodieren leven gemiddeld langer en krijgen dus meer tijd om te groeien. De minimale leefoppervlakte binnen en buiten is per dier nauwkeurig vastgelegd om voldoende comfort te garanderen.

Alle dieren mogen vrij naar buiten om te grazen, te wroeten en vrij te bewegen. In de stal is er zowel natuurlijk lucht als licht beschikbaar, waardoor de dieren een natuurlijk ritme kunnen volgen.

Omdat ze op een natuurlijke manier met hun soortgenoten kunnen omgaan, blijven de biodieren veel rustiger en vertonen ze volop hun natuurlijke gedrag (pikken, wroeten, grazen, …).

Gewasbescherming zet sterk in op biodiversiteit en robuuste gewassen

De biosector werkt op alle vlakken zo natuurlijk en puur mogelijk. Dat betekent dat bij de biologische teelt de voorkeur wordt gegeven aan natuurlijke gewasbescherming.

Maar bio doet meer: door bebloemde randen rond of tussen hun akkers te zaaien helpt de bioboer om de biodiversiteit te verbeteren. Deze kleurrijke akkerranden trekken allerlei insecten aan die voor bestuiving zorgen en als natuurlijke plaagbestrijders fungeren. Hoe dichter de insecten bij de akkers wonen, des te sneller zijn ze bij de geteelde planten om hun werk te doen!
Lees meer over biodiversiteit op de bioboerderij.

Daarnaast kiest de bioboer bewust voor sterke, robuuste gewassoorten. Zulke robuuste gewassen zijn immers van nature uit beter bestand tegen allerlei ziektes en plagen.

Antibiotica bij dieren wordt zoveel mogelijk beperkt

Bioveeteelt geeft de voorkeur aan sterke, lokale rassen die zich goed kunnen aanpassen aan de lokale omstandigheden en die van nature resistent zijn tegen ziektes.

Als een dier toch ziek wordt, schrijft de veearts de meest passende geneesmiddelen voor - bij voorkeur zijn dat homeopathische of fytotherapeutische (kruiden en planten) middelen, of sporenelementen, vitaminen of mineralen.

Pas als er echt geen andere oplossing is om het dier te helpen, mag de dierenarts klassieke geneesmiddelen voorschrijven, waaronder antibiotica. In dat geval moet de bioveeboer wel een dubbele wachttijd respecteren (dubbel t.o.v. de wachttijd voor gangbare dieren). Dit betekent dat het vlees, de melk of de eieren van het dier tijdens de wachttijd niet gebruikt mogen worden voor menselijke consumptie en ze mogen niet als bio verkocht worden. Zo krijg je als consument zo weinig mogelijk residuen van medicatie op je bord.

Is er ook een garantie?

Hoe herken je bio? Eenvoudig: het Europese biolabel op een product, samen met het woord 'biologisch', geeft je de garantie dat de EU-biowetgeving werd gerespecteerd.

Het EU-biologo wijst je de weg

Om het niet te vergeten ...